Naar de inhoud

verplanten

(een plant of struik) op een andere plaats zetten

verplanten

werkwoord /vər.ˈplɑn.tə(n)/

Betekenis

  1. (een plant of struik) op een andere plaats zetten

Hoe spreek je verplanten uit?

/vərˈplɑntən/

Verplanten bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈplɑntən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
p pak
l land
ɑ bad
n nek
t tak
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. op een andere plaats zetten transitive

Vervoeging van verplanten

verplantenhele werkwoord — verplantteverleden tijd enkelvoud — verplanttenverleden tijd meervoud — verplantvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verplant verplantte
jij verplant verplantte
hij, zij, het verplant verplantte
wij verplanten verplantten
jullie verplanten verplantten
zij verplanten verplantten
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verplant voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verplant voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verplant impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verplant impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verplant impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verplant impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verplant worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verplant zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verplant worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verplant zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verplant voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verplant voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verplant voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verplant voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verplant voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verplant voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verplant voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verplant voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verplant actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verplant voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verplant voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verplant voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verplant voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verplant voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verplant voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verplant voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verplant voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verplant actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verplanten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verplanten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verplant gebiedende wijs
verplant verleden tijd, deelwoord
verplant te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verplant te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verplant te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verplant te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verplant te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verplant worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verplant zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verplant zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verplant zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verplant zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verplante aanvoegende wijs
verplantend onvoltooid, deelwoord
verplantte verleden tijd
waart verplant voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verplant voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verplant voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verplant voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verplant voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verplant voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verplant voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verplant enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verplant enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verplant enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verplant enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verplant enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verplant enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verplant enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verplant enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verplant enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verplant enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verplant enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verplant enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verplant enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal verplant hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verplant hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verplant hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verplant worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verplant worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verplant zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verplant zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verplanten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verplanten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verplanten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verplant voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verplant voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verplant voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verplant voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verplant hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verplant hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verplant hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verplant worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verplant worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verplant worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verplant zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verplant zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verplant zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verplanten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verplanten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verplanten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verplant hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verplant hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verplant hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verplant worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verplant worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verplant worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verplant zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verplant zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verplant zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verplanten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verplanten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verplanten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verplant hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verplant worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verplant zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verplanten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verplant hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verplant hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verplant hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verplant worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verplant worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verplant worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verplant zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verplant zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verplant zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verplanten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verplanten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verplanten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verplanten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verplant hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verplant worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verplant zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verplanten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van planten met het voorvoegsel ver-.

Woordfamilie van verplanten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verplant voltooid deelwoord verplanten
verplante aanvoegende wijs verplanten
verplantend onvoltooid deelwoord verplanten
verplantende woordvorm verplanten
verplantte verleden tijd verplanten
verplantten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verplanten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verplanten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verplanten

Hoe spreek ik verplanten uit?
Zo spreek je verplanten uit: /vər.ˈplɑn.tə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van verplanten?
Verplanten is een werkwoord. De betekenis is: (een plant of struik) op een andere plaats zetten. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik verplanten?
Zo vervoeg je verplanten zo: de tegenwoordige tijd is verplant, de verleden tijd is verplantte en het voltooid deelwoord is verplant. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verplanten?

Op verplanten rijmen 17 woorden, onder andere planten, beplanten en diamanten. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verplanten, uitspraak vərˈplɑntən, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
planten 2
beplanten 3
diamanten 4
contanten 3
aanbodkanten 4
aanverwanten 4
actanten 3
bosolifanten 5
indigoplanten 5
keukenwanten 4
olifanten 4
oranten 3
pedanten 3
varianten 4
vigilanten 4
wallinganten 4
waterrecreanten 6

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verplanten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. P 3
  5. L 3
  6. A 1
  7. N 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verplanten levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. P 4
  5. L 3
  6. A 1
  7. N 1
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 20 zonder bonus
  12. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verplanten in het kort

verplanten staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van verplanten staan er 73 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verplanten bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verplanten: (een plant of struik) op een andere plaats zetten
Deel verplanten — standaardnederlands.nl