Naar de inhoud

vermengen

een homogeen geheel doen vormen

vermengen

werkwoord

Betekenis

  1. een homogeen geheel doen vormen
  2. verwarren
  3. een homogeen geheel gaan vormen

Vervoeging van vermengen

vermengenhele werkwoord — vermengdeverleden tijd enkelvoud — vermengdenverleden tijd meervoud — vermengdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik vermeng vermengde
jij vermengt vermengde
hij, zij, het vermengt vermengde
wij vermengen vermengden
jullie vermengen vermengden
zij vermengen vermengden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is vermengd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was vermengd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd vermengd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt vermengd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal vermengd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal vermengd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou vermengd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou vermengd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had vermengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had vermengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had vermengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden vermengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden vermengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden vermengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt vermengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vermengd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben vermengd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te vermengen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen vermengen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermeng gebiedende wijs
vermeng me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vermeng u/je , vermengt je gebiedende wijs
vermengd verleden tijd, deelwoord
vermengd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vermengd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
vermengd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermengd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermengd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
vermengd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vermengd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
vermengd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vermengd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
vermengd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
vermengde verleden tijd
vermengde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vermengde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
vermengde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
vermengde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vermengde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
vermengde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
vermengde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vermengden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
vermengden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
vermengden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
vermenge aanvoegende wijs
vermenge zich aanvoegende wijs
vermengen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vermengen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vermengen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vermengend onvoltooid, deelwoord
vermengt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vermengt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vermengt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
vermengt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
vermengt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
vermengt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart vermengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vermengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren vermengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren vermengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was vermengd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was vermengd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was vermengd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd vermengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd vermengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd vermengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden vermengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden vermengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden vermengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt vermengd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word vermengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden vermengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden vermengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden vermengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt vermengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt vermengd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me vermengen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal vermengd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vermengd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal vermengd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vermengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vermengd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal vermengd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal vermengd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal vermengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal vermengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal vermengen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich vermengen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je vermengen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich vermengd hebben verleden tijd
zich vermengend onvoltooid, deelwoord
zijn vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt vermengd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou vermengd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vermengd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vermengd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vermengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vermengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou vermengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vermengd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou vermengd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou vermengd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou vermengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou vermengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou vermengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden vermengd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vermengd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vermengd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vermengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vermengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vermengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vermengd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden vermengd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden vermengd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden vermengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden vermengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden vermengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt vermengd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vermengd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vermengd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt vermengen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je vermengen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons vermengen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen vermengd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen vermengd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van mengen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van vermengen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
vermeng gebiedende wijs vermengen
vermengd voltooid deelwoord vermengen
vermengde verleden tijd vermengen
vermengden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon vermengen
vermenge aanvoegende wijs vermengen
vermengend onvoltooid deelwoord vermengen
vermengende woordvorm vermengen
vermengt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon vermengen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vermengen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over vermengen

Wat betekent vermengen?
Vermengen is een werkwoord. Het woord betekent: een homogeen geheel doen vormen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je vermengen?
Je vervoegt vermengen als volgt: de tegenwoordige tijd is vermeng, de verleden tijd is vermengde en het voltooid deelwoord is vermengd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord vermengen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

vermengen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. M 3
  5. E 1
  6. N 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

vermengen in het kort

vermengen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van vermengen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort vermengen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

vermengen: een homogeen geheel doen vormen
Deel vermengen — standaardnederlands.nl