vermengen
werkwoordBetekenis
- een homogeen geheel doen vormen
- verwarren
- een homogeen geheel gaan vormen
Vervoeging van vermengen
vermengenhele werkwoord — vermengdeverleden tijd enkelvoud — vermengdenverleden tijd meervoud — vermengdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vermeng | vermengde |
| jij | vermengt | vermengde |
| hij, zij, het | vermengt | vermengde |
| wij | vermengen | vermengden |
| jullie | vermengen | vermengden |
| zij | vermengen | vermengden |
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is vermengd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was vermengd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd vermengd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt vermengd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal vermengd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal vermengd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou vermengd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou vermengd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had vermengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vermengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vermengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vermengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vermengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vermengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vermengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vermengd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vermengd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vermengen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vermengen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermeng | gebiedende wijs |
| vermeng me | eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| vermeng u/je , vermengt je | gebiedende wijs |
| vermengd | verleden tijd, deelwoord |
| vermengd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vermengd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| vermengd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermengd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermengd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermengd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vermengd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| vermengd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vermengd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vermengd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vermengde | verleden tijd |
| vermengde je | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vermengde me | eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vermengde u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| vermengde u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| vermengde zich | derde persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vermengde zich/u | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| vermengde zich/u | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| vermengden je | tweede persoon, verleden tijd, meervoud |
| vermengden ons | eerste persoon, verleden tijd, meervoud |
| vermengden zich | derde persoon, verleden tijd, meervoud |
| vermenge | aanvoegende wijs |
| vermenge zich | aanvoegende wijs |
| vermengen je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vermengen ons | eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vermengen zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vermengend | onvoltooid, deelwoord |
| vermengt je | tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| vermengt u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vermengt u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| vermengt zich | derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud |
| vermengt zich/u | tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud |
| vermengt zich/u | tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud |
| waart vermengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vermengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren vermengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren vermengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was vermengd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was vermengd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was vermengd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd vermengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd vermengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd vermengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden vermengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden vermengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden vermengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt vermengd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word vermengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden vermengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden vermengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden vermengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt vermengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt vermengd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal me vermengen | eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal vermengd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vermengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vermengd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vermengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vermengd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal vermengd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vermengd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vermengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vermengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vermengen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal zich vermengen | derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zal, zult je vermengen | tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud |
| zich vermengd hebben | verleden tijd |
| zich vermengend | onvoltooid, deelwoord |
| zijn vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt vermengd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou vermengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vermengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vermengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vermengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vermengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou vermengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vermengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vermengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vermengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vermengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vermengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vermengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vermengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vermengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vermengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vermengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vermengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vermengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vermengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vermengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vermengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vermengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vermengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vermengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vermengd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vermengd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vermengd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vermengen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen je vermengen | tweede persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen ons vermengen | eerste persoon, toekomende tijd, meervoud |
| zullen vermengd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vermengd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van mengen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vermengen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vermeng | gebiedende wijs | vermengen |
| vermengd | voltooid deelwoord | vermengen |
| vermengde | verleden tijd | vermengen |
| vermengden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vermengen |
| vermenge | aanvoegende wijs | vermengen |
| vermengend | onvoltooid deelwoord | vermengen |
| vermengende | woordvorm | vermengen |
| vermengt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vermengen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vermengen zijn vastgelegd.