vermenen
werkwoordBetekenis
- (iets onbewezens) aannemen
- ten onrechte menen, ten onrechte veronderstellen
werkwoord
- aannemen
Vervoeging van vermenen
vermenenhele werkwoord — vermeendeverleden tijd enkelvoud — vermeendenverleden tijd meervoud — vermeendvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vermeen | vermeende |
| jij | vermeent | vermeende |
| hij, zij, het | vermeent | vermeende |
| wij | vermenen | vermeenden |
| jullie | vermenen | vermeenden |
| zij | vermenen | vermeenden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had vermeend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had vermeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had vermeend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden vermeend | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden vermeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden vermeend | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt vermeend | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb vermeend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vermeend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben vermeend | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben vermeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben vermeend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt vermeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vermeend | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft vermeend | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben vermeend | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te vermenen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen vermenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermeen | gebiedende wijs |
| vermeend | verleden tijd, deelwoord |
| vermeend te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| vermeend zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| vermeende | verleden tijd |
| vermene | aanvoegende wijs |
| vermenend | onvoltooid, deelwoord |
| zal vermeend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal vermeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal vermeend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou vermeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou vermeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou vermeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden vermeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden vermeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden vermeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt vermeend hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen vermeend hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen vermeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen vermeend hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen vermenen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult vermeend hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult vermenen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van menen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van vermenen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vermeen | gebiedende wijs | vermenen |
| vermeenden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | vermenen |
| vermeent | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | vermenen |
| vermene | aanvoegende wijs | vermenen |
| vermenend | onvoltooid deelwoord | vermenen |
| vermenende | woordvorm | vermenen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vermenen zijn vastgelegd.