temperen
werkwoord ˈtɛmpərə(n)Betekenis
- minder krachtig maken
- een gestolde massa in een matig heet vuur nagloeien
- overdrachtelijk: minder hevig maken
Hoe spreek je temperen uit?
/ˈtɛmpərən/
Temperen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɛ | bed |
| m | maan |
| p | pak |
| ə | de |
| r | rood |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van temperen
temperenhele werkwoord — temperdeverleden tijd enkelvoud — temperdenverleden tijd meervoud — getemperdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | temper | temperde |
| jij | tempert | temperde |
| hij, zij, het | tempert | temperde |
| wij | temperen | temperden |
| jullie | temperen | temperden |
| zij | temperen | temperden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is getemperd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getemperd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getemperd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getemperd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getemperd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getemperd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getemperd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getemperd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getemperd | verleden tijd, deelwoord |
| getemperd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getemperd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| getemperd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getemperd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getemperd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getemperd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getemperd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| getemperd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getemperd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| getemperd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getemperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getemperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getemperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getemperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getemperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getemperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getemperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getemperd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getemperd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te temperen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen temperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| temper | gebiedende wijs |
| temperde | verleden tijd |
| tempere | aanvoegende wijs |
| temperend | onvoltooid, deelwoord |
| waart getemperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getemperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren getemperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren getemperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was getemperd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was getemperd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was getemperd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd getemperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd getemperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd getemperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden getemperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden getemperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden getemperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt getemperd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word getemperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden getemperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden getemperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden getemperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt getemperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt getemperd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal getemperd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getemperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getemperd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal getemperd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getemperd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal temperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal temperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal temperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt getemperd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou getemperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getemperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getemperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getemperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getemperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getemperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou temperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou temperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou temperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getemperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getemperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getemperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden getemperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getemperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getemperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden temperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden temperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden temperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getemperd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt getemperd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt temperen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getemperd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getemperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getemperd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen getemperd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getemperd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getemperd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen temperen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen temperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen temperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen temperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getemperd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getemperd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult getemperd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult temperen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘matigen’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1240
Woordfamilie van temperen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getemperd | voltooid deelwoord | temperen |
| getemperde | woordvorm | temperen |
| temper | gebiedende wijs | temperen |
| temperde | verleden tijd | temperen |
| temperden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | temperen |
| tempere | aanvoegende wijs | temperen |
| temperend | onvoltooid deelwoord | temperen |
| temperende | woordvorm | temperen |
| tempert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | temperen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van temperen zijn vastgelegd.