Naar de inhoud

verliggen

even anders gaan liggen

verliggen

werkwoord

Betekenis

  1. even anders gaan liggen

Vervoeging van verliggen

verliggenhele werkwoord — verlagverleden tijd enkelvoud — verlagenverleden tijd meervoud — verlegenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verlig verlag
jij verligt verlaagt
hij, zij, het verligt verlag
wij verliggen verlagen
jullie verliggen verlagen
zij verliggen verlagen
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben verlegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verlegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is verlegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verlegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te verliggen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn verlegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verliggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlag verleden tijd
verlegen verleden tijd, deelwoord
verlegen te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verlegen zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verlig gebiedende wijs
verligge aanvoegende wijs
verliggend onvoltooid, deelwoord
waart verlegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verlegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verlegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verlegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verlegen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verlegen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verlegen voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal verlegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verlegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verlegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verliggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verliggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verliggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verlegen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verlegen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verlegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verlegen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verlegen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verlegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verlegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verlegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verliggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verliggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verliggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verlegen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verlegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verlegen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verliggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verliggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verliggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verlegen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verliggen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verlegen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verlegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verlegen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verliggen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verliggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verliggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verliggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verlegen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verliggen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van liggen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verliggen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verlag verleden tijd verliggen
verlig gebiedende wijs verliggen
verligge aanvoegende wijs verliggen
verliggend onvoltooid deelwoord verliggen
verliggende woordvorm verliggen
verligt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verliggen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verliggen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verliggen

Wat is de betekenis van verliggen?
Verliggen is een werkwoord. De betekenis is: even anders gaan liggen.
Hoe vervoeg ik verliggen?
Zo vervoeg je verliggen zo: de tegenwoordige tijd is verlig, de verleden tijd is verlag en het voltooid deelwoord is verlegen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verliggen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. I 1
  6. G 3
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verliggen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 84 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. L 3
  5. I 2
  6. G 3
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 84 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verliggen in het kort

verliggen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verliggen staan er 34 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort verliggen bij een woordfamilie van 6 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

verliggen: even anders gaan liggen
Deel verliggen — standaardnederlands.nl