verkruien
werkwoordBetekenis
- met een kruiwagen vervoeren
Vervoeging van verkruien
verkruienhele werkwoord — verkruideverleden tijd enkelvoud — verkruidenverleden tijd meervoud — verkruidvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkrui | verkruide |
| jij | verkruit | verkruide |
| hij, zij, het | verkruit | verkruide |
| wij | verkruien | verkruiden |
| jullie | verkruien | verkruiden |
| zij | verkruien | verkruiden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verkruid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verkruid | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verkruid | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verkruid | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verkruid worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verkruid zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verkruid worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verkruid zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verkruid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verkruid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verkruid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verkruid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verkruid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verkruid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verkruid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkruid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verkruid | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verkruien | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkruien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkrui | gebiedende wijs |
| verkruid | verleden tijd, deelwoord |
| verkruid te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkruid te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkruid te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkruid te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkruid te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkruid worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkruid zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkruid zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkruid zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkruid zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkruide | verleden tijd |
| verkruie | aanvoegende wijs |
| verkruiend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verkruid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkruid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkruid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkruid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkruid | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkruid | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkruid | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verkruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verkruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verkruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verkruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verkruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verkruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verkruid | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verkruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verkruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verkruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verkruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verkruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verkruid | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verkruid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkruid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkruid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verkruid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkruid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkruid | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkruid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkruid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkruid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkruid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkruid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkruid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verkruid hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkruid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkruid hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkruid zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkruid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkruid zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verkruid hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkruid zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verkruid hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkruid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkruid hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkruid zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkruid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkruid zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkruien | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verkruid hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkruid worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkruid zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkruien | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kruien met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verkruien
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkrui | gebiedende wijs | verkruien |
| verkruid | voltooid deelwoord | verkruien |
| verkruide | verleden tijd | verkruien |
| verkruiden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkruien |
| verkruie | aanvoegende wijs | verkruien |
| verkruiend | onvoltooid deelwoord | verkruien |
| verkruiende | woordvorm | verkruien |
| verkruit | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verkruien |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkruien zijn vastgelegd.