Naar de inhoud

verkrotten

door gebrekkig onderhoud in een krot veranderen

verkrotten

werkwoord

Betekenis

  1. door gebrekkig onderhoud in een krot veranderen

Vervoeging van verkrotten

verkrottenhele werkwoord — verkrotteverleden tijd enkelvoud — verkrotvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkrot verkrotte
jij verkrot verkrotte
hij, zij, het verkrot verkrotte
wij verkrotten —
jullie verkrotten —
zij verkrotten —
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te verkrotten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn verkrot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verkrotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkrot gebiedende wijs
verkrot verleden tijd, deelwoord
verkrot te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkrot zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkrotte verleden tijd
verkrotte aanvoegende wijs
verkrottend onvoltooid, deelwoord
waart verkrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkrot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verkrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkrot voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verkrot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verkrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verkrot voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verkrot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkrotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Woordvorm

  • meervoud verleden tijd van verkrotten

Vervoeging van verkrotten

verkrottenhele werkwoord — verkrotteverleden tijd enkelvoud — verkrotvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkrot verkrotte
jij verkrot verkrotte
hij, zij, het verkrot verkrotte
wij verkrotten —
jullie verkrotten —
zij verkrotten —
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te verkrotten actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn verkrot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verkrotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkrot gebiedende wijs
verkrot verleden tijd, deelwoord
verkrot te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkrot zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkrotte verleden tijd
verkrotte aanvoegende wijs
verkrottend onvoltooid, deelwoord
waart verkrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkrot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verkrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkrot voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verkrot voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verkrot voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verkrot voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn verkrot actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verkrot voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verkrot zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen verkrotten actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult verkrot zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult verkrotten aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van krot met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en

Woordfamilie van verkrotten

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verkrot voltooid deelwoord verkrotten
verkrotte verleden tijd verkrotten
verkrottend onvoltooid deelwoord verkrotten
verkrottende woordvorm verkrotten

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkrotten zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verkrotten

Wat betekent verkrotten?
Verkrotten is een werkwoord. Het woord betekent: door gebrekkig onderhoud in een krot veranderen.
Hoe vervoeg je verkrotten?
Je vervoegt verkrotten als volgt: de tegenwoordige tijd is verkrot, de verleden tijd is verkrotte en het voltooid deelwoord is verkrot. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verkrotten is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. R 2
  6. O 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verkrotten levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. R 2
  6. O 1
  7. T 2
  8. T 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 zonder bonus
  12. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verkrotten in het kort

verkrotten staat in dit woordenboek als werkwoord. Van verkrotten zijn 29 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verkrotten bij een woordfamilie van 4 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verkrotten: door gebrekkig onderhoud in een krot veranderen
Deel verkrotten — standaardnederlands.nl