| ev. |
gebiedende wijs
|
| had verkond |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| had verkond |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| had verkond |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadden verkond |
voltooid, verleden tijd, eerste persoon
|
| hadden verkond |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| hadden verkond |
voltooid, verleden tijd, derde persoon
|
| hadt verkond |
voltooid, verleden tijd, tweede persoon
|
| heb verkond |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben verkond |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
|
| hebben verkond |
voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
|
| hebben verkond |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| hebben verkond |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| hebt verkond |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft verkond |
voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
|
| heeft verkond |
voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
|
| te hebben verkond |
actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te verkonden |
actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
|
| te zullen verkonden |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| verkond |
gebiedende wijs
|
| verkond |
verleden tijd, deelwoord
|
| verkond te zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
|
| verkond zullen hebben |
actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| verkondde |
verleden tijd
|
| verkonde |
aanvoegende wijs
|
| verkondend |
onvoltooid, deelwoord
|
| zal verkond hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zal verkond hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zal verkond hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zal verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
|
| zal verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|
| zal verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
|
| zou verkond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zou verkond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zou verkond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zou verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
|
| zou verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zou verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
|
| zouden verkond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
|
| zouden verkond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zouden verkond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
|
| zouden verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
|
| zouden verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
|
| zouden verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
|
| zoudt verkond hebben |
voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
|
| zoudt verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
|
| zullen verkond hebben |
voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
|
| zullen verkond hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zullen verkond hebben |
voltooid, toekomende tijd, derde persoon
|
| zullen verkonden |
actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
|
| zullen verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
|
| zullen verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
|
| zullen verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
|
| zult verkond hebben |
voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
|
| zult verkonden |
aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
|