verkommeren
werkwoordBetekenis
- door verdriet, leed wegkwijnen
Vervoeging van verkommeren
verkommerenhele werkwoord — verkommerdeverleden tijd enkelvoud — verkommerdenverleden tijd meervoud — verkommerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkommer | verkommerde |
| jij | verkommert | verkommerde |
| hij, zij, het | verkommert | verkommerde |
| wij | verkommeren | verkommerden |
| jullie | verkommeren | verkommerden |
| zij | verkommeren | verkommerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verkommerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkommerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verkommerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkommerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verkommeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verkommerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkommeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkommer | gebiedende wijs |
| verkommerd | verleden tijd, deelwoord |
| verkommerd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkommerd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkommerde | verleden tijd |
| verkommere | aanvoegende wijs |
| verkommerend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verkommerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkommerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkommerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkommerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkommerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkommerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkommerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verkommerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkommerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkommerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verkommerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verkommerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkommerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkommerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkommerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkommerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkommerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkommerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verkommerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkommerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkommerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verkommerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verkommerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkommerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkommerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkommeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verkommerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkommeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Duits, in de betekenis van ‘wegkwijnen’ voor het eerst aangetroffen in 1887
Woordfamilie van verkommeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkommer | gebiedende wijs | verkommeren |
| verkommerd | voltooid deelwoord | verkommeren |
| verkommerde | verleden tijd | verkommeren |
| verkommerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkommeren |
| verkommere | aanvoegende wijs | verkommeren |
| verkommerend | onvoltooid deelwoord | verkommeren |
| verkommerende | woordvorm | verkommeren |
| verkommert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verkommeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkommeren zijn vastgelegd.