verkavelen
werkwoordBetekenis
- kavels maken van (te verkopen spullen)
- in percelen verdelen
Vervoeging van verkavelen
verkavelenhele werkwoord — verkaveldeverleden tijd enkelvoud — verkaveldenverleden tijd meervoud — verkaveldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkavel | verkavelde |
| jij | verkavelt | verkavelde |
| hij, zij, het | verkavelt | verkavelde |
| wij | verkavelen | verkavelden |
| jullie | verkavelen | verkavelden |
| zij | verkavelen | verkavelden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verkaveld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verkaveld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verkaveld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verkaveld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verkaveld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verkaveld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verkaveld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verkaveld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verkaveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verkaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verkaveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verkaveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verkaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verkaveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verkaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkaveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verkaveld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verkavelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkavelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkavel | gebiedende wijs |
| verkaveld | verleden tijd, deelwoord |
| verkaveld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkaveld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verkaveld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkaveld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkaveld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkaveld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkaveld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verkaveld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkaveld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkaveld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkavelde | verleden tijd |
| verkavele | aanvoegende wijs |
| verkavelend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verkaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkaveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkaveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkaveld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkaveld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkaveld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verkaveld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verkaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verkaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkaveld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verkaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verkaveld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkaveld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verkaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verkavelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verkaveld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkaveld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkaveld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verkavelen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van kavel met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verkavelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkavel | gebiedende wijs | verkavelen |
| verkaveld | voltooid deelwoord | verkavelen |
| verkavelde | verleden tijd | verkavelen |
| verkavelden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkavelen |
| verkavele | aanvoegende wijs | verkavelen |
| verkavelend | onvoltooid deelwoord | verkavelen |
| verkavelende | woordvorm | verkavelen |
| verkavelt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verkavelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkavelen zijn vastgelegd.