Naar de inhoud

verkassen

(verplicht) verhuizen

verkassen

werkwoord

Betekenis

  1. (verplicht) verhuizen
  2. verplaatsen

werkwoord

  1. verhuizen ergative

Vervoeging van verkassen

verkassenhele werkwoord — verkasteverleden tijd enkelvoud — verkastenverleden tijd meervoud — verkastvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verkas verkaste
jij verkast verkaste
hij, zij, het verkast verkaste
wij verkassen verkasten
jullie verkassen verkasten
zij verkassen verkasten
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben verkast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verkast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is verkast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verkast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te verkassen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zijn verkast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verkassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkas gebiedende wijs
verkasse aanvoegende wijs
verkassend onvoltooid, deelwoord
verkast verleden tijd, deelwoord
verkast te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verkast zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verkaste verleden tijd
waart verkast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verkast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verkast voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verkast voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verkast voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verkast voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal verkassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verkassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verkassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal verkast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verkast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verkast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn verkast actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn verkast voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verkast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verkast voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verkast voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verkassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verkassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verkassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou verkast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verkast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verkast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verkassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verkassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verkassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden verkast zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verkast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verkast zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt verkassen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt verkast zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen verkassen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen verkassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen verkassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen verkassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen verkast zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verkast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen verkast zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult verkassen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult verkast zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

In de betekenis van ‘verhuizen’ voor het eerst aangetroffen in 1708

Woordfamilie van verkassen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verkas gebiedende wijs verkassen
verkasse aanvoegende wijs verkassen
verkassend onvoltooid deelwoord verkassen
verkassende woordvorm verkassen
verkast voltooid deelwoord verkassen
verkaste verleden tijd verkassen
verkasten aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verkassen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkassen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verkassen

Wat betekent verkassen?
Verkassen is een werkwoord. Het woord betekent: (verplicht) verhuizen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verkassen?
Je vervoegt verkassen als volgt: de tegenwoordige tijd is verkas, de verleden tijd is verkaste en het voltooid deelwoord is verkast. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verkassen is 17 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verkassen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. K 3
  5. A 1
  6. S 2
  7. S 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verkassen in het kort

verkassen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verkassen zijn 32 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verkassen bij een woordfamilie van 7 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verkassen: (verplicht) verhuizen
Deel verkassen — standaardnederlands.nl