verkassen
werkwoordBetekenis
- (verplicht) verhuizen
- verplaatsen
werkwoord
- verhuizen ergative
Vervoeging van verkassen
verkassenhele werkwoord — verkasteverleden tijd enkelvoud — verkastenverleden tijd meervoud — verkastvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verkas | verkaste |
| jij | verkast | verkaste |
| hij, zij, het | verkast | verkaste |
| wij | verkassen | verkasten |
| jullie | verkassen | verkasten |
| zij | verkassen | verkasten |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verkast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verkast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verkast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verkast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verkassen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verkast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verkassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkas | gebiedende wijs |
| verkasse | aanvoegende wijs |
| verkassend | onvoltooid, deelwoord |
| verkast | verleden tijd, deelwoord |
| verkast te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verkast zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verkaste | verleden tijd |
| waart verkast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verkast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verkast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verkast | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verkast | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verkast | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal verkast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verkast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verkast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn verkast | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verkast | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verkast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verkast | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verkast | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou verkast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verkast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verkast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden verkast zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verkast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verkast zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt verkast zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen verkassen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen verkast zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verkast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verkast zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult verkassen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult verkast zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
In de betekenis van ‘verhuizen’ voor het eerst aangetroffen in 1708
Woordfamilie van verkassen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verkas | gebiedende wijs | verkassen |
| verkasse | aanvoegende wijs | verkassen |
| verkassend | onvoltooid deelwoord | verkassen |
| verkassende | woordvorm | verkassen |
| verkast | voltooid deelwoord | verkassen |
| verkaste | verleden tijd | verkassen |
| verkasten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verkassen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verkassen zijn vastgelegd.