verhonderdvoudigen
werkwoordBetekenis
- honderdmaal zo groot worden
- honderdmaal zo groot maken
Vervoeging van verhonderdvoudigen
verhonderdvoudigenhele werkwoord — verhonderdvoudigdeverleden tijd enkelvoud — verhonderdvoudigdenverleden tijd meervoud — verhonderdvoudigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verhonderdvoudig | verhonderdvoudigde |
| jij | verhonderdvoudigt | verhonderdvoudigde |
| hij, zij, het | verhonderdvoudigt | verhonderdvoudigde |
| wij | verhonderdvoudigen | verhonderdvoudigden |
| jullie | verhonderdvoudigen | verhonderdvoudigden |
| zij | verhonderdvoudigen | verhonderdvoudigden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verhonderdvoudigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was verhonderdvoudigd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd verhonderdvoudigd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt verhonderdvoudigd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal verhonderdvoudigd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal verhonderdvoudigd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou verhonderdvoudigd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou verhonderdvoudigd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhonderdvoudigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verhonderdvoudigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verhonderdvoudigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verhonderdvoudigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhonderdvoudig | gebiedende wijs |
| verhonderdvoudigd | verleden tijd, deelwoord |
| verhonderdvoudigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhonderdvoudigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verhonderdvoudigd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhonderdvoudigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhonderdvoudigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhonderdvoudigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhonderdvoudigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verhonderdvoudigd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhonderdvoudigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhonderdvoudigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhonderdvoudigde | verleden tijd |
| verhonderdvoudige | aanvoegende wijs |
| verhonderdvoudigend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verhonderdvoudigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verhonderdvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verhonderdvoudigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhonderdvoudigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verhonderdvoudigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verhonderdvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhonderdvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verhonderdvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verhonderdvoudigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhonderdvoudigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhonderdvoudigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhonderdvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhonderdvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhonderdvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verhonderdvoudigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhonderdvoudigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhonderdvoudigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhonderdvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhonderdvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhonderdvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verhonderdvoudigd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhonderdvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verhonderdvoudigd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhonderdvoudigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhonderdvoudigd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhonderdvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhonderdvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhonderdvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhonderdvoudigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verhonderdvoudigd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhonderdvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhonderdvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhonderdvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van honderdvoudig met het voorvoegsel ver- en met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van verhonderdvoudigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhonderdvoudig | gebiedende wijs | verhonderdvoudigen |
| verhonderdvoudigd | voltooid deelwoord | verhonderdvoudigen |
| verhonderdvoudigde | verleden tijd | verhonderdvoudigen |
| verhonderdvoudigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verhonderdvoudigen |
| verhonderdvoudige | aanvoegende wijs | verhonderdvoudigen |
| verhonderdvoudigend | onvoltooid deelwoord | verhonderdvoudigen |
| verhonderdvoudigende | woordvorm | verhonderdvoudigen |
| verhonderdvoudigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verhonderdvoudigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhonderdvoudigen zijn vastgelegd.