verhongeren
werkwoord vərˈhɔŋərə(n)Betekenis
- sterven door een gebrek aan voedsel
- tweede betekenisomschrijving
- enz.
Hoe spreek je verhongeren uit?
/vərˈhɔŋərən/
Verhongeren bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| h | hoed |
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van verhongeren
verhongerenhele werkwoord — verhongerdeverleden tijd enkelvoud — verhongerdenverleden tijd meervoud — verhongerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verhonger | verhongerde |
| jij | verhongert | verhongerde |
| hij, zij, het | verhongert | verhongerde |
| wij | verhongeren | verhongerden |
| jullie | verhongeren | verhongerden |
| zij | verhongeren | verhongerden |
Alle 56 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ben verhongerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verhongerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| ev. | gebiedende wijs |
| is verhongerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verhongerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te verhongeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zijn verhongerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verhongeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhonger | gebiedende wijs |
| verhongerd | verleden tijd, deelwoord |
| verhongerd te zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verhongerd zullen zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verhongerde | verleden tijd |
| verhongere | aanvoegende wijs |
| verhongerend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verhongerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhongerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verhongerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verhongerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verhongerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verhongerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verhongerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| zal verhongerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verhongerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verhongerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verhongerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verhongerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verhongerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verhongerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verhongerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verhongerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verhongerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verhongerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verhongerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verhongerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verhongerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verhongerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verhongerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verhongerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verhongerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verhongeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verhongerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verhongeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van hongeren met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verhongeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verhonger | gebiedende wijs | verhongeren |
| verhongerd | voltooid deelwoord | verhongeren |
| verhongerde | verleden tijd | verhongeren |
| verhongerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verhongeren |
| verhongere | aanvoegende wijs | verhongeren |
| verhongerend | onvoltooid deelwoord | verhongeren |
| verhongerende | woordvorm | verhongeren |
| verhongert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verhongeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verhongeren zijn vastgelegd.