Naar de inhoud

verbrokkelen

in kleine onregelmatige en onsamenhangende stukjes verdelen

verbrokkelen

werkwoord vərˈbrɔkələ(n)

Betekenis

  1. in kleine onregelmatige en onsamenhangende stukjes verdelen
  2. in kleine onregelmatige stukjes uit elkaar vallen

Hoe spreek je verbrokkelen uit?

/vərˈbrɔkələn/

Verbrokkelen bestaat uit vier lettergrepen. De klemtoon ligt op de tweede.

De tekens in /vərˈbrɔkələn/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
v vis
ə de
r rood
b bak
ɔ bot
k kat
l land
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

werkwoord

  1. / in kleine onregelmatige stukjes uit elkaar vallen intransitive, reflexive

Vervoeging van verbrokkelen

verbrokkelenhele werkwoord — verbrokkeldeverleden tijd enkelvoud — verbrokkeldenverleden tijd meervoud — verbrokkeldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik verbrokkel verbrokkelde
jij verbrokkelt verbrokkelde
hij, zij, het verbrokkelt verbrokkelde
wij verbrokkelen verbrokkelden
jullie verbrokkelen verbrokkelden
zij verbrokkelen verbrokkelden
Alle 160 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is verbrokkeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was verbrokkeld impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd verbrokkeld impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt verbrokkeld impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal verbrokkeld worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal verbrokkeld zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou verbrokkeld worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou verbrokkeld zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had verbrokkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had verbrokkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had verbrokkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden verbrokkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden verbrokkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden verbrokkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt verbrokkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbrokkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben verbrokkeld actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te verbrokkelen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen verbrokkelen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbrokkel gebiedende wijs
verbrokkel me eerste persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbrokkel u/je , verbrokkelt je gebiedende wijs
verbrokkeld verleden tijd, deelwoord
verbrokkeld te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbrokkeld te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
verbrokkeld te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbrokkeld te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbrokkeld te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
verbrokkeld worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbrokkeld zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
verbrokkeld zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbrokkeld zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbrokkeld zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
verbrokkelde verleden tijd
verbrokkelde je tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbrokkelde me eerste persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbrokkelde u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verbrokkelde u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbrokkelde zich derde persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbrokkelde zich/u tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
verbrokkelde zich/u tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbrokkelden je tweede persoon, verleden tijd, meervoud
verbrokkelden ons eerste persoon, verleden tijd, meervoud
verbrokkelden zich derde persoon, verleden tijd, meervoud
verbrokkele aanvoegende wijs
verbrokkele zich aanvoegende wijs
verbrokkelen je tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbrokkelen ons eerste persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbrokkelen zich derde persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbrokkelend onvoltooid, deelwoord
verbrokkelt je tweede persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbrokkelt u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbrokkelt u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
verbrokkelt zich derde persoon, tegenwoordige tijd, enkelvoud
verbrokkelt zich/u tweede persoon, verleden tijd, enkelvoud
verbrokkelt zich/u tweede persoon, tegenwoordige tijd, meervoud
waart verbrokkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbrokkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren verbrokkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren verbrokkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
was verbrokkeld voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was verbrokkeld voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was verbrokkeld voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt verbrokkeld enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal me verbrokkelen eerste persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal verbrokkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbrokkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal verbrokkeld hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verbrokkeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbrokkeld worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal verbrokkeld zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal verbrokkeld zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal verbrokkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal verbrokkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal verbrokkelen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal zich verbrokkelen derde persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zal, zult je verbrokkelen tweede persoon, toekomende tijd, enkelvoud
zich verbrokkeld hebben verleden tijd
zich verbrokkelend onvoltooid, deelwoord
zijn verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt verbrokkeld voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou verbrokkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbrokkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbrokkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verbrokkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbrokkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou verbrokkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbrokkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou verbrokkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou verbrokkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou verbrokkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou verbrokkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou verbrokkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden verbrokkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbrokkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbrokkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbrokkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbrokkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbrokkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbrokkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden verbrokkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden verbrokkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden verbrokkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden verbrokkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden verbrokkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt verbrokkeld hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbrokkeld worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbrokkeld zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt verbrokkelen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen je verbrokkelen tweede persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen ons verbrokkelen eerste persoon, toekomende tijd, meervoud
zullen verbrokkeld hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen verbrokkeld hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

afgeleid van brokkelen met het voorvoegsel ver-

Woordfamilie van verbrokkelen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
verbrokkel gebiedende wijs verbrokkelen
verbrokkeld voltooid deelwoord verbrokkelen
verbrokkelde verleden tijd verbrokkelen
verbrokkelden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon verbrokkelen
verbrokkele aanvoegende wijs verbrokkelen
verbrokkelend onvoltooid deelwoord verbrokkelen
verbrokkelende woordvorm verbrokkelen
verbrokkelt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon verbrokkelen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verbrokkelen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over verbrokkelen

Hoe spreek je verbrokkelen uit?
De uitspraak van verbrokkelen is: /vərˈbrɔkələ(n)/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd.
Wat betekent verbrokkelen?
Verbrokkelen is een werkwoord. Het woord betekent: in kleine onregelmatige en onsamenhangende stukjes verdelen. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je verbrokkelen?
Je vervoegt verbrokkelen als volgt: de tegenwoordige tijd is verbrokkel, de verleden tijd is verbrokkelde en het voltooid deelwoord is verbrokkeld. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Rijmwoordenboek: wat rijmt er op verbrokkelen?

Verbrokkelen rijmt op 3 woorden op -okkelen; smokkelen, kokkelen en brokkelen bijvoorbeeld. Ze klinken vanaf de beklemtoonde lettergreep hetzelfde, niet alleen op de laatste letters.

Rijmwoorden op verbrokkelen, uitspraak vərˈbrɔkələn, de gangbaarste eerst.
Rijmwoord Lettergrepen
smokkelen 3
kokkelen 3
brokkelen 3

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord verbrokkelen is 25 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 3
  5. R 2
  6. O 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 25 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

verbrokkelen levert met Wordfeud minimaal 26 en maximaal 102 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. V 4
  2. E 1
  3. R 2
  4. B 4
  5. R 2
  6. O 1
  7. K 3
  8. K 3
  9. E 1
  10. L 3
  11. E 1
  12. N 1
  13. 26 zonder bonus
  14. 102 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (V) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

verbrokkelen in het kort

verbrokkelen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van verbrokkelen zijn 103 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort verbrokkelen bij een woordfamilie van 8 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

verbrokkelen: in kleine onregelmatige en onsamenhangende stukjes verdelen
Deel verbrokkelen — standaardnederlands.nl