verachtvoudigen
werkwoordBetekenis
- achtmaal zo groot worden
- achtmaal zo groot maken
Vervoeging van verachtvoudigen
verachtvoudigenhele werkwoord — verachtvoudigdeverleden tijd enkelvoud — verachtvoudigdenverleden tijd meervoud — verachtvoudigdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | verachtvoudig | verachtvoudigde |
| jij | verachtvoudigt | verachtvoudigde |
| hij, zij, het | verachtvoudigt | verachtvoudigde |
| wij | verachtvoudigen | verachtvoudigden |
| jullie | verachtvoudigen | verachtvoudigden |
| zij | verachtvoudigen | verachtvoudigden |
Alle 99 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief, voltooid |
| ben verachtvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent verachtvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is verachtvoudigd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon, voltooid |
| er was verachtvoudigd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, derde persoon, voltooid |
| er werd verachtvoudigd | impersonal, passief, voltooid, verleden tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er wordt verachtvoudigd | impersonal, passief, voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal verachtvoudigd worden | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, eerste persoon, onvoltooid |
| er zal verachtvoudigd zijn | impersonal, passief, voltooid, toekomende tijd, derde persoon, voltooid |
| er zou verachtvoudigd worden | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon, onvoltooid |
| er zou verachtvoudigd zijn | impersonal, passief, voltooid, voorwaardelijk, derde persoon, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| hebben verachtvoudigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| is verachtvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is verachtvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben/zijn verachtvoudigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verachtvoudigen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verachtvoudigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verachtvoudig | gebiedende wijs |
| verachtvoudigd | verleden tijd, deelwoord |
| verachtvoudigd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verachtvoudigd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| verachtvoudigd te zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verachtvoudigd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verachtvoudigd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verachtvoudigd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verachtvoudigd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| verachtvoudigd zullen hebben/zijn | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verachtvoudigd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verachtvoudigd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verachtvoudigde | verleden tijd |
| verachtvoudige | aanvoegende wijs |
| verachtvoudigend | onvoltooid, deelwoord |
| waart verachtvoudigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verachtvoudigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren verachtvoudigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren verachtvoudigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was verachtvoudigd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was verachtvoudigd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was verachtvoudigd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt verachtvoudigd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal verachtvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verachtvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn verachtvoudigd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| zijn verachtvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn verachtvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn verachtvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt verachtvoudigd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verachtvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verachtvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verachtvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verachtvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verachtvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verachtvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verachtvoudigd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verachtvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verachtvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verachtvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verachtvoudigen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verachtvoudigd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verachtvoudigd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verachtvoudigen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Afgeleid van achtvoudig met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verachtvoudigen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| verachtvoudig | gebiedende wijs | verachtvoudigen |
| verachtvoudigd | voltooid deelwoord | verachtvoudigen |
| verachtvoudigde | verleden tijd | verachtvoudigen |
| verachtvoudigden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verachtvoudigen |
| verachtvoudige | aanvoegende wijs | verachtvoudigen |
| verachtvoudigend | onvoltooid deelwoord | verachtvoudigen |
| verachtvoudigende | woordvorm | verachtvoudigen |
| verachtvoudigt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verachtvoudigen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verachtvoudigen zijn vastgelegd.