verademen
werkwoordBetekenis
- herademen (na een benauwdheid, hevige inspanning etc.); weer op adem, tot rust of kalmte komen
Vervoeging van verademen
verademenhele werkwoord — verademdeverleden tijd enkelvoud — verademdenverleden tijd meervoud — verademdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | veradem | verademde |
| jij | verademt | verademde |
| hij, zij, het | verademt | verademde |
| wij | verademen | verademden |
| jullie | verademen | verademden |
| zij | verademen | verademden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| had verademd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had verademd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had verademd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden verademd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden verademd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden verademd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt verademd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb verademd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verademd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben verademd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben verademd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben verademd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt verademd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verademd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft verademd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben verademd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te verademen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen verademen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| veradem | gebiedende wijs |
| verademd | verleden tijd, deelwoord |
| verademd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| verademd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| verademde | verleden tijd |
| verademe | aanvoegende wijs |
| verademend | onvoltooid, deelwoord |
| zal verademd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal verademd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal verademd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal verademen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal verademen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal verademen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou verademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou verademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou verademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou verademen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou verademen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou verademen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden verademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden verademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden verademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden verademen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden verademen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden verademen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt verademd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt verademen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen verademd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen verademd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen verademd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen verademen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen verademen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen verademen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen verademen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult verademd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult verademen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
afgeleid van ademen met het voorvoegsel ver-
Woordfamilie van verademen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| veradem | gebiedende wijs | verademen |
| verademd | voltooid deelwoord | verademen |
| verademde | verleden tijd | verademen |
| verademden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | verademen |
| verademe | aanvoegende wijs | verademen |
| verademend | onvoltooid deelwoord | verademen |
| verademende | woordvorm | verademen |
| verademt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | verademen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van verademen zijn vastgelegd.