vedel
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈvedəlBetekenis
- een eenvoudig strijkinstrument in verschillende uitvoeringen
- woensdag
Hoe spreek je vedel uit?
/ˈvedəl/
Vedel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| v | vis |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- middeleeuws strijkinstrument met 3-5 darmsnaren, een ovale of peervormige romp (of klankkast), o-vormige klankgaten en aparte hals die een bladvormige kop bezat met rechtopstaande stemschroeven historical
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| vedelen | meervoud |
| vedels | meervoud |
| vedeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| vedeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vedelen
- gebiedende wijs van vedelen
- tweede persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van vedelen
Vervoeging van vedel
vedelhele werkwoord
Herkomst
zn: via Middelnederlands vedele van middeleeuws Latijn vidula / vitula, in de betekenis van ‘middeleeuws strijkinstrument’ aangetroffen vanaf 1240; cognaat in Germaanse talen met Duits Fiedel, Engels fiddle "viool" en IJslands fiðla en in Romaanse talen met Frans vièle, verouderd Italiaans viuola en Spaans vihuela
Woordfamilie van vedel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| vedels | meervoud | vedel |
| vedeltje | verkleinwoord | vedel |
| vedeltjes | verkleinwoord meervoud | vedel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van vedel zijn vastgelegd.