schedel
zelfstandig naamwoord /'sχedəl/Betekenis
- skelet van een mensenhoofd of van een dierenkop, dat vorm geeft aan het hoofd resp. de kop
Hoe spreek je schedel uit?
/ˈsxedəl/
Schedel bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| s | sok |
| x | acht |
| e | veel |
| d | dak |
| ə | de |
| l | land |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| schedels | meervoud |
| schedeltje | verkleinwoord, enkelvoud |
| schedeltjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
erfwoord van Oudnederlands skēthila, Proto-Germaans *skaiþilō- (zie ook scheiden). In de betekenis van ‘hersenpan’ voor het eerst aangetroffen in 901
Woordfamilie van schedel
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| schedels | meervoud | schedel |
| schedeltje | verkleinwoord | schedel |
| schedeltjes | verkleinwoord meervoud | schedel |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van schedel zijn vastgelegd.