variëren
werkwoordBetekenis
- doen veranderen
- van tijd tot tijd of geval tot geval veranderen
- variaties maken op een thema
Vervoeging van variëren
variërenhele werkwoord — varieerdeverleden tijd enkelvoud — varieerdenverleden tijd meervoud — gevarieerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | varieer | varieerde |
| jij | varieert | varieerde |
| hij, zij, het | varieert | varieerde |
| wij | variëren | varieerden |
| jullie | variëren | varieerden |
| zij | variëren | varieerden |
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is gevarieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was gevarieerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd gevarieerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt gevarieerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal gevarieerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal gevarieerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou gevarieerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou gevarieerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| gevarieerd | verleden tijd, deelwoord |
| gevarieerd te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevarieerd te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| gevarieerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevarieerd te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevarieerd te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| gevarieerd worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevarieerd zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| gevarieerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevarieerd zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| gevarieerd zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had gevarieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had gevarieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had gevarieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden gevarieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden gevarieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden gevarieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt gevarieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevarieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben gevarieerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te variëren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen variëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| varieer | gebiedende wijs |
| varieerde | verleden tijd |
| variëre | aanvoegende wijs |
| variërend | onvoltooid, deelwoord |
| waart gevarieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevarieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren gevarieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren gevarieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was gevarieerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was gevarieerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was gevarieerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt gevarieerd | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal gevarieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevarieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal gevarieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal gevarieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal gevarieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal variëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal variëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal variëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zijn gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt gevarieerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou gevarieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevarieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevarieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevarieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou gevarieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou gevarieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou variëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou variëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou variëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden gevarieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevarieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevarieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden gevarieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden gevarieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden gevarieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden variëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden variëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden variëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt gevarieerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt gevarieerd zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt variëren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen gevarieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevarieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevarieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen gevarieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen gevarieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen gevarieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen variëren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen variëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen variëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen variëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult gevarieerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevarieerd worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult gevarieerd zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult variëren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘veranderen, wisselen’ voor het eerst aangetroffen in 1467
Woordfamilie van variëren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| varieer | gebiedende wijs | variëren |
| varieerde | verleden tijd | variëren |
| varieerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | variëren |
| varieert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | variëren |
| variëre | aanvoegende wijs | variëren |
| variërend | onvoltooid deelwoord | variëren |
| variërende | woordvorm | variëren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van variëren zijn vastgelegd.