overgrootvader
zelfstandig naamwoord /ˈovərɣrotˌvadər/Betekenis
- een vader van een grootouder
Hoe spreek je overgrootvader uit?
/ˈovərxrotˌvadər/
Overgrootvader bestaat uit vijf lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| o | boot |
| v | vis |
| ə | de |
| r | rood |
| x | acht |
| t | tak |
| a | maan |
| d | dak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
| ˌ | een lichtere nadruk, zwakker dan de hoofdklemtoon |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| overgrootvaders | meervoud |
| overgrootvadertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| overgrootvadertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘vader van iemands grootvader of grootmoeder’ voor het eerst aangetroffen in 1573
Woordfamilie van overgrootvader
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| overgrootvaders | meervoud | overgrootvader |
| overgrootvadertje | verkleinwoord | overgrootvader |
| overgrootvadertjes | verkleinwoord meervoud | overgrootvader |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van overgrootvader zijn vastgelegd.