Naar de inhoud

usurperen

toe-eigenen, onrechtmatig in bezit nemen, zich aanmatigen

usurperen

werkwoord

Betekenis

  1. toe-eigenen, onrechtmatig in bezit nemen, zich aanmatigen

Vervoeging van usurperen

usurperenhele werkwoord — usurpeerdeverleden tijd enkelvoud — usurpeerdenverleden tijd meervoud — geüsurpeerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik usurpeer usurpeerde
jij usurpeert usurpeerde
hij, zij, het usurpeert usurpeerde
wij usurperen usurpeerden
jullie usurperen usurpeerden
zij usurperen usurpeerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is geüsurpeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geüsurpeerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geüsurpeerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geüsurpeerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geüsurpeerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geüsurpeerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geüsurpeerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geüsurpeerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geüsurpeerd verleden tijd, deelwoord
geüsurpeerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geüsurpeerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geüsurpeerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geüsurpeerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geüsurpeerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geüsurpeerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geüsurpeerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geüsurpeerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geüsurpeerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geüsurpeerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geüsurpeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben geüsurpeerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te usurperen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen usurperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
usurpeer gebiedende wijs
usurpeerde verleden tijd
usurpere aanvoegende wijs
usurperend onvoltooid, deelwoord
waart geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geüsurpeerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geüsurpeerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal geüsurpeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geüsurpeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geüsurpeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geüsurpeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geüsurpeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal usurperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal usurperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal usurperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zijn geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geüsurpeerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou geüsurpeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geüsurpeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geüsurpeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geüsurpeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geüsurpeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geüsurpeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou usurperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou usurperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou usurperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden geüsurpeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geüsurpeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geüsurpeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geüsurpeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geüsurpeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geüsurpeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden usurperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden usurperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden usurperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt geüsurpeerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geüsurpeerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt usurperen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen geüsurpeerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geüsurpeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geüsurpeerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geüsurpeerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geüsurpeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geüsurpeerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen usurperen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen usurperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen usurperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen usurperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult geüsurpeerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geüsurpeerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geüsurpeerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult usurperen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘overweldigen’ voor het eerst aangetroffen in 1525

Woordfamilie van usurperen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
geüsurpeerd voltooid deelwoord usurperen
geüsurpeerde woordvorm usurperen
usurpeer gebiedende wijs usurperen
usurpeerde verleden tijd usurperen
usurpeerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon usurperen
usurpeert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon usurperen
usurpere aanvoegende wijs usurperen
usurperend onvoltooid deelwoord usurperen
usurperende woordvorm usurperen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van usurperen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over usurperen

Wat is de betekenis van usurperen?
Usurperen is een werkwoord. De betekenis is: toe-eigenen, onrechtmatig in bezit nemen, zich aanmatigen.
Hoe vervoeg ik usurperen?
Zo vervoeg je usurperen zo: de tegenwoordige tijd is usurpeer, de verleden tijd is usurpeerde en het voltooid deelwoord is geüsurpeerd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord usurperen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. S 2
  3. U 4
  4. R 2
  5. P 3
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

usurperen levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. S 2
  3. U 2
  4. R 2
  5. P 4
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 17 zonder bonus
  11. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

usurperen in het kort

usurperen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van usurperen staan er 75 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort usurperen bij een woordfamilie van 9 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

usurperen: toe-eigenen, onrechtmatig in bezit nemen, zich aanmatigen
Deel usurperen — standaardnederlands.nl