Naar de inhoud

uitzuigen

het vocht uit een vrucht of een dier zuigen

uitzuigen

werkwoord ˈœytsœyɣə(n)

Betekenis

  1. het vocht uit een vrucht of een dier zuigen
  2. iemand economisch uitbuiten

Hoe spreek je uitzuigen uit?

/ˈœytsœyxən/

Uitzuigen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœytsœyxən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
t tak
s sok
x acht
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van uitzuigen

uitzuigenhele werkwoord — zoog uitverleden tijd enkelvoud — zogen uitverleden tijd meervoud — uitgezogenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik zuig uit zoog uit
jij zuigt uit zoog uit
hij, zij, het zuigt uit zoog uit
wij zuigen uit zogen uit
jullie zuigen uit zogen uit
zij zuigen uit zogen uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgezogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgezogen impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgezogen impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgezogen impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgezogen worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgezogen zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgezogen worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgezogen zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgezogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgezogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgezogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgezogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgezogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben uitgezogen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitzuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te zuigen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen zuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal zuigen bijzin, toekomende tijd
uit zou zuigen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden zuigen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt zuigen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen zuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen zuigen bijzin, toekomende tijd
uit zult zuigen bijzin, toekomende tijd
uitgezogen verleden tijd, deelwoord
uitgezogen te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgezogen te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgezogen te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgezogen te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgezogen te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgezogen worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgezogen zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgezogen zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgezogen zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgezogen zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitzogen bijzin, verleden tijd
uitzoog bijzin, verleden tijd
uitzuig bijzin, tegenwoordige tijd
uitzuigend onvoltooid, deelwoord
uitzuigt bijzin, tegenwoordige tijd
waart uitgezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgezogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgezogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgezogen voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgezogen voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgezogen voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgezogen enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgezogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgezogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgezogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgezogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgezogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitzuigen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgezogen voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zoog uit verleden tijd
zou uitgezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitzuigen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitzuigen uit zou(dt) zuigen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitzuigen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgezogen hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgezogen zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitzuigen bijzin, voorwaardelijk
zuig uit gebiedende wijs
zullen uitgezogen hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgezogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgezogen hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgezogen worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgezogen zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgezogen zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgezogen zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitzuigen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitzuigen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitzuigen bijzin, toekomende tijd
zult uitgezogen hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit bw en zuigen ww

Woordfamilie van uitzuigen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
uitgezogen voltooid deelwoord uitzuigen
uitzogen subordinate-clause, verleden tijd uitzuigen
uitzoog subordinate-clause, verleden tijd uitzuigen
uitzuig subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitzuigen
uitzuige with-subordinate-clause uitzuigen
uitzuigend onvoltooid deelwoord uitzuigen
uitzuigende woordvorm uitzuigen
uitzuigt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitzuigen
zogen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitzuigen
zoog uit verleden tijd uitzuigen
zuig uit gebiedende wijs uitzuigen
zuige uit woordvorm uitzuigen
zuigen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitzuigen
zuigt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitzuigen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitzuigen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Veelgestelde vragen over uitzuigen

Hoe spreek ik uitzuigen uit?
Zo spreek je uitzuigen uit: /ˈœytsœyɣə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van uitzuigen?
Uitzuigen is een werkwoord. De betekenis is: het vocht uit een vrucht of een dier zuigen. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitzuigen?
Zo vervoeg je uitzuigen zo: het voltooid deelwoord is uitgezogen. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitzuigen is 21 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. Z 4
  5. U 4
  6. I 1
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 21 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitzuigen levert met Wordfeud minimaal 20 en maximaal 90 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. Z 5
  5. U 2
  6. I 2
  7. G 3
  8. E 1
  9. N 1
  10. 20 zonder bonus
  11. 90 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (Z) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitzuigen in het kort

uitzuigen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitzuigen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitzuigen bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitzuigen: het vocht uit een vrucht of een dier zuigen
Deel uitzuigen — standaardnederlands.nl