uitzichtloosheid
zelfstandig naamwoordBetekenis
- het uitzichtloos zijn
- hopeloosheid, troosteloosheid, wanhoop
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitzichtloosheden | meervoud |
Herkomst
afgeleid van uitzichtloos met het achtervoegsel -heid
Woordfamilie van uitzichtloosheid
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitzichtloosheden | meervoud | uitzichtloosheid |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitzichtloosheid zijn vastgelegd.