uitvinden
werkwoord ˈœytfɪndə(n)Betekenis
- nuttige methodes, toestellen of werktuigen bedenken die niet eerder bekend waren
Hoe spreek je uitvinden uit?
/ˈœytfɪndən/
Uitvinden bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| f | fiets |
| ɪ | pit |
| n | nek |
| d | dak |
| ə | de |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van uitvinden
uitvindenhele werkwoord — vond uitverleden tijd enkelvoud — vonden uitverleden tijd meervoud — uitgevondenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | vind uit | vond uit |
| jij | vindt uit | vond uit |
| hij, zij, het | vindt uit | vond uit |
| wij | vinden uit | vonden uit |
| jullie | vinden uit | vonden uit |
| zij | vinden uit | vonden uit |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is uitgevonden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was uitgevonden | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd uitgevonden | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt uitgevonden | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal uitgevonden worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal uitgevonden zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou uitgevonden worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou uitgevonden zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had uitgevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had uitgevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had uitgevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden uitgevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden uitgevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden uitgevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt uitgevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgevonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben uitgevonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen uitvinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit te vinden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uit te zullen vinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit zal vinden | bijzin, toekomende tijd |
| uit zou vinden | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zouden vinden | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zoudt vinden | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zullen vinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uit zullen vinden | bijzin, toekomende tijd |
| uit zult vinden | bijzin, toekomende tijd |
| uitgevonden | verleden tijd, deelwoord |
| uitgevonden te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgevonden te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgevonden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgevonden te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgevonden te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgevonden worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgevonden zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgevonden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgevonden zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgevonden zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitvind | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitvindend | onvoltooid, deelwoord |
| uitvindt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitvond | bijzin, verleden tijd |
| uitvonden | bijzin, verleden tijd |
| uitvondt | bijzin, verleden tijd |
| vind uit | gebiedende wijs |
| vond uit | verleden tijd |
| waart uitgevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren uitgevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was uitgevonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was uitgevonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was uitgevonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt uitgevonden | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal uitgevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal uitgevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal uitgevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal uitvinden | bijzin, toekomende tijd |
| zijn uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt uitgevonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou uitgevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou uitvinden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) uitvinden uit zou(dt) vinden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitgevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden uitvinden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt uitgevonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgevonden zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt uitvinden | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen uitgevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgevonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitgevonden worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgevonden zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitvinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitvinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen uitvinden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van uit bw en vinden ww
Woordfamilie van uitvinden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitgevonden | voltooid deelwoord | uitvinden |
| uitvind | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitvinden |
| uitvinde | with-subordinate-clause | uitvinden |
| uitvindend | onvoltooid deelwoord | uitvinden |
| uitvindende | woordvorm | uitvinden |
| uitvindt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitvinden |
| uitvond | subordinate-clause, verleden tijd | uitvinden |
| uitvonden | subordinate-clause, verleden tijd | uitvinden |
| vind uit | gebiedende wijs | uitvinden |
| vinde uit | woordvorm | uitvinden |
| vinden uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | uitvinden |
| vindt uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | uitvinden |
| vond uit | verleden tijd | uitvinden |
| vonden uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | uitvinden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitvinden zijn vastgelegd.