uitvieren
werkwoordBetekenis
- langzamer gaan rijden of lopen door de aandrijving te stoppen maar zonder bij te remmen
- een stuk touw of kabel weg laten trekken zonder dat het strak komt te staan
Vervoeging van uitvieren
uitvierenhele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit bw en vieren ww
Woordfamilie van uitvieren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitgevierd | woordvorm | uitvieren |
| uitvier | with-subordinate-clause | uitvieren |
| uitvierde | with-subordinate-clause | uitvieren |
| uitvierden | with-subordinate-clause | uitvieren |
| uitviere | with-subordinate-clause | uitvieren |
| uitvierend | woordvorm | uitvieren |
| uitvierende | woordvorm | uitvieren |
| uitviert | with-subordinate-clause | uitvieren |
| vier uit | woordvorm | uitvieren |
| vierde uit | woordvorm | uitvieren |
| vierden uit | woordvorm | uitvieren |
| viere uit | woordvorm | uitvieren |
| vieren uit | woordvorm | uitvieren |
| viert uit | woordvorm | uitvieren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitvieren zijn vastgelegd.