Naar de inhoud

uitstralen

energie of materie (straalsgewijs) verspreiden

uitstralen

werkwoord ˈœytstralə(n)

Betekenis

  1. energie of materie (straalsgewijs) verspreiden
  2. op duidelijke wijze tonen

Hoe spreek je uitstralen uit?

/ˈœytstralən/

Uitstralen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈœytstralən/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
œy huis
t tak
s sok
r rood
a maan
l land
ə de
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van uitstralen

uitstralenhele werkwoord — straalde uitverleden tijd enkelvoud — straalden uitverleden tijd meervoud — uitgestraaldvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik straal uit straalde uit
jij straalt uit straalde uit
hij, zij, het straalt uit straalde uit
wij stralen uit straalden uit
jullie stralen uit straalden uit
zij stralen uit straalden uit
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
er is uitgestraald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was uitgestraald impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd uitgestraald impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt uitgestraald impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal uitgestraald worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal uitgestraald zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou uitgestraald worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou uitgestraald zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had uitgestraald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uitgestraald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uitgestraald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uitgestraald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uitgestraald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uitgestraald voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uitgestraald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgestraald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
straal uit gebiedende wijs
straalde uit verleden tijd
te hebben uitgestraald actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitstralen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te stralen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen stralen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal stralen bijzin, toekomende tijd
uit zou stralen bijzin, voorwaardelijk
uit zouden stralen bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt stralen bijzin, voorwaardelijk
uit zullen stralen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen stralen bijzin, toekomende tijd
uit zult stralen bijzin, toekomende tijd
uitgestraald verleden tijd, deelwoord
uitgestraald te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgestraald te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uitgestraald te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgestraald te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgestraald te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgestraald worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgestraald zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
uitgestraald zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgestraald zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitgestraald zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitstraal bijzin, tegenwoordige tijd
uitstraalde bijzin, verleden tijd
uitstraalden bijzin, verleden tijd
uitstraalt bijzin, tegenwoordige tijd
uitstralend onvoltooid, deelwoord
waart uitgestraald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgestraald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgestraald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgestraald voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgestraald voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgestraald voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgestraald voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt uitgestraald enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal uitgestraald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgestraald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgestraald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal uitgestraald zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgestraald zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitstralen bijzin, toekomende tijd
zijn uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgestraald voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgestraald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgestraald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgestraald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgestraald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgestraald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgestraald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitstralen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitstralen uit zou(dt) stralen bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgestraald hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgestraald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgestraald hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitgestraald zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgestraald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgestraald zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitstralen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgestraald hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitgestraald zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitstralen bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgestraald hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgestraald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgestraald hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitgestraald worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitgestraald zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgestraald zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgestraald zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitstralen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitstralen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitstralen bijzin, toekomende tijd
zult uitgestraald hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van uit en stralen

Woordfamilie van uitstralen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
straal uit gebiedende wijs uitstralen
straalde uit verleden tijd uitstralen
straalden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitstralen
straalt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitstralen
strale uit woordvorm uitstralen
stralen uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitstralen
uitgestraald voltooid deelwoord uitstralen
uitgestraalde woordvorm uitstralen
uitstraal subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitstralen
uitstraalde subordinate-clause, verleden tijd uitstralen
uitstraalden subordinate-clause, verleden tijd uitstralen
uitstraalt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitstralen
uitstrale with-subordinate-clause uitstralen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitstralen zijn vastgelegd.

Afleidingen en samenstellingen

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over uitstralen

Hoe spreek ik uitstralen uit?
Zo spreek je uitstralen uit: /ˈœytstralə(n)/. Dat is de weergave in het internationaal fonetisch alfabet, waarin elke klank een eigen teken heeft. Het streepje ˈ markeert de klemtoon: die ligt op de eerste lettergreep.
Wat is de betekenis van uitstralen?
Uitstralen is een werkwoord. De betekenis is: energie of materie (straalsgewijs) verspreiden. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitstralen?
Zo vervoeg je uitstralen zo: het voltooid deelwoord is uitgestraald. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitstralen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. A 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitstralen levert met Wordfeud minimaal 18 en maximaal 72 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. S 2
  5. T 2
  6. R 2
  7. A 1
  8. L 3
  9. E 1
  10. N 1
  11. 18 zonder bonus
  12. 72 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (L) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitstralen in het kort

uitstralen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitstralen staan er 88 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitstralen bij een woordfamilie van 13 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitstralen: energie of materie (straalsgewijs) verspreiden
Deel uitstralen — standaardnederlands.nl