Naar de inhoud

emitteren

in omloop brengen, uitgeven, uitzenden

emitteren

werkwoord

Betekenis

  1. in omloop brengen, uitgeven, uitzenden
  2. uitstoten, afgeven, uitzenden, uitstralen

Vervoeging van emitteren

emitterenhele werkwoord — emitteerdeverleden tijd enkelvoud — emitteerdenverleden tijd meervoud — geëmitteerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik emitteer emitteerde
jij emitteert emitteerde
hij, zij, het emitteert emitteerde
wij emitteren emitteerden
jullie emitteren emitteerden
zij emitteren emitteerden
Alle 126 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
emitteer gebiedende wijs
emitteerde verleden tijd
emittere aanvoegende wijs
emitterend onvoltooid, deelwoord
er is geëmitteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was geëmitteerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd geëmitteerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt geëmitteerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal geëmitteerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal geëmitteerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou geëmitteerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou geëmitteerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
geëmitteerd verleden tijd, deelwoord
geëmitteerd te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëmitteerd te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
geëmitteerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëmitteerd te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëmitteerd te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
geëmitteerd worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëmitteerd zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
geëmitteerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëmitteerd zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
geëmitteerd zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had geëmitteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had geëmitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had geëmitteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden geëmitteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden geëmitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden geëmitteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt geëmitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëmitteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te emitteren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te hebben geëmitteerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen emitteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
waart geëmitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëmitteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren geëmitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren geëmitteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
was geëmitteerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was geëmitteerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was geëmitteerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt geëmitteerd enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal emitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal emitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal emitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal geëmitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëmitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal geëmitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal geëmitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal geëmitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt geëmitteerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou emitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou emitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou emitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou geëmitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëmitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëmitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëmitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou geëmitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou geëmitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden emitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden emitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden emitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden geëmitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëmitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëmitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden geëmitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden geëmitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden geëmitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt emitteren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt geëmitteerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt geëmitteerd zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen emitteren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen emitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen emitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen emitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen geëmitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëmitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëmitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen geëmitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen geëmitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen geëmitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult emitteren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult geëmitteerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëmitteerd worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult geëmitteerd zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon

Woordfamilie van emitteren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
emitteer gebiedende wijs emitteren
emitteerde verleden tijd emitteren
emitteerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon emitteren
emitteert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon emitteren
emittere aanvoegende wijs emitteren
emitterend onvoltooid deelwoord emitteren
emitterende woordvorm emitteren
geëmitteerd voltooid deelwoord emitteren
geëmitteerde woordvorm emitteren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van emitteren zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over emitteren

Wat betekent emitteren?
Emitteren is een werkwoord. Het woord betekent: in omloop brengen, uitgeven, uitzenden. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je emitteren?
Je vervoegt emitteren als volgt: de tegenwoordige tijd is emitteer, de verleden tijd is emitteerde en het voltooid deelwoord is geëmitteerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord emitteren is 14 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. E 1
  2. M 3
  3. I 1
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 14 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

emitteren levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. E 1
  2. M 3
  3. I 2
  4. T 2
  5. T 2
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

emitteren in het kort

emitteren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van emitteren zijn 75 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort emitteren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

emitteren: in omloop brengen, uitgeven, uitzenden
Deel emitteren — standaardnederlands.nl