uitsprong
zelfstandig naamwoord, werkwoordBetekenis
- uitspringend gedeelte (lijst) bijv. op een gevel
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitsprongen | meervoud |
| uitsprongetje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitsprongetjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- enkelvoud verleden tijd van uitspringen
Vervoeging van uitsprong
uitspronghele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit en sprong
Woordfamilie van uitsprong
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitsprongetje | verkleinwoord | uitsprong |
| uitsprongetjes | verkleinwoord meervoud | uitsprong |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitsprong zijn vastgelegd.