kroonlijst
zelfstandig naamwoordBetekenis
- bovenste lijst van een gebouw, meestal uitspringend en geprofileerd of van versieringen voorzien
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| kroonlijsten | meervoud |
| kroonlijstje | verkleinwoord, enkelvoud |
| kroonlijstjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
samenstelling van kroon en lijst
Woordfamilie van kroonlijst
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kroonlijsten | meervoud | kroonlijst |
| kroonlijstje | verkleinwoord | kroonlijst |
| kroonlijstjes | verkleinwoord meervoud | kroonlijst |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van kroonlijst zijn vastgelegd.