uitroepen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈœytrupə(n)Betekenis
- officieel verklaren
- uit emotie luid roepen
- in de rechtspraak, het moment van aanvang van de (eerste) terechtzitting
Hoe spreek je uitroepen uit?
/ˈœytrupən/
Uitroepen bestaat uit drie lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| r | rood |
| u | boek |
| p | pak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van uitroepen
uitroepenhele werkwoord — riep uitverleden tijd enkelvoud — riepen uitverleden tijd meervoud — uitgeroepenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | roep uit | riep uit |
| jij | roept uit | riep uit |
| hij, zij, het | roept uit | riep uit |
| wij | roepen uit | riepen uit |
| jullie | roepen uit | riepen uit |
| zij | roepen uit | riepen uit |
Alle 146 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is uitgeroepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was uitgeroepen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd uitgeroepen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt uitgeroepen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal uitgeroepen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal uitgeroepen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou uitgeroepen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou uitgeroepen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgeroepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| riep uit | verleden tijd |
| roep uit | gebiedende wijs |
| te hebben uitgeroepen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen uitroepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit te roepen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uit te zullen roepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit zal roepen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zou roepen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zouden roepen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zoudt roepen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zullen roepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uit zullen roepen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zult roepen | bijzin, toekomende tijd |
| uitgeroepen | verleden tijd, deelwoord |
| uitgeroepen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgeroepen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgeroepen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgeroepen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgeroepen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgeroepen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgeroepen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgeroepen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgeroepen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgeroepen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitriep | bijzin, verleden tijd |
| uitriepen | bijzin, verleden tijd |
| uitriept | bijzin, verleden tijd |
| uitroep | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitroepend | onvoltooid, deelwoord |
| uitroept | bijzin, tegenwoordige tijd |
| waart uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was uitgeroepen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt uitgeroepen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal uitgeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal uitgeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal uitgeroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgeroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal uitroepen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt uitgeroepen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou uitgeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou uitroepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) uitroepen uit zou(dt) roepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitgeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden uitroepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt uitgeroepen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgeroepen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt uitroepen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen uitgeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgeroepen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitgeroepen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgeroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgeroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgeroepen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitroepen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitroepen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen uitroepen | bijzin, toekomende tijd |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord uitroep
Herkomst
samenstelling van uit bw en roepen ww
Woordfamilie van uitroepen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| riep uit | verleden tijd | uitroepen |
| riepen uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | uitroepen |
| roep uit | gebiedende wijs | uitroepen |
| roepe uit | woordvorm | uitroepen |
| roepen uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | uitroepen |
| roept uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | uitroepen |
| uitgeroepen | voltooid deelwoord | uitroepen |
| uitriep | subordinate-clause, verleden tijd | uitroepen |
| uitriepen | subordinate-clause, verleden tijd | uitroepen |
| uitroepe | with-subordinate-clause | uitroepen |
| uitroepend | onvoltooid deelwoord | uitroepen |
| uitroepende | woordvorm | uitroepen |
| uitroept | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitroepen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitroepen zijn vastgelegd.