uitroep
zelfstandig naamwoord, werkwoord ˈœytrupBetekenis
- wat men uitroept, luid geuite woorden of klanken
Hoe spreek je uitroep uit?
/ˈœytrup/
Uitroep bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| œy | huis |
| t | tak |
| r | rood |
| u | boek |
| p | pak |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| uitroepen | meervoud |
| uitroepje | verkleinwoord, enkelvoud |
| uitroepjes | verkleinwoord, meervoud |
Woordvorm
- eerste persoon enkelvoud tegenwoordige tijd van uitroepen
Vervoeging van uitroep
uitroephele werkwoord
Herkomst
samenstelling van uit en roep
Woordfamilie van uitroep
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| uitroepje | verkleinwoord | uitroep |
| uitroepjes | verkleinwoord meervoud | uitroep |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitroep zijn vastgelegd.