Naar de inhoud

uitmonden

Het eindigen van een rivier bij de monding van die rivier.

uitmonden

werkwoord

Betekenis

  1. Het eindigen van een rivier bij de monding van die rivier.
  2. Het uiteindelijk ergens toe leiden van een handeling of gebeurtenis.

Vervoeging van uitmonden

uitmondenhele werkwoord — mondde uitverleden tijd enkelvoud — mondden uitverleden tijd meervoud — uitgemondvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik mond uit mondde uit
jij mondt uit mondde uit
hij, zij, het mondt uit mondde uit
wij monden uit mondden uit
jullie monden uit mondden uit
zij monden uit mondden uit
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben uitgemond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent uitgemond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
is uitgemond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is uitgemond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
mond uit gebiedende wijs
mondde uit verleden tijd
te zijn uitgemond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uitmonden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit te monden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uit te zullen monden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uit zal monden bijzin, toekomende tijd
uit zou monden bijzin, voorwaardelijk
uit zouden monden bijzin, voorwaardelijk
uit zoudt monden bijzin, voorwaardelijk
uit zullen monden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uit zullen monden bijzin, toekomende tijd
uit zult monden bijzin, toekomende tijd
uitgemond verleden tijd, deelwoord
uitgemond te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uitgemond zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uitmond bijzin, tegenwoordige tijd
uitmondde bijzin, verleden tijd
uitmondden bijzin, verleden tijd
uitmondend onvoltooid, deelwoord
uitmondt bijzin, tegenwoordige tijd
waart uitgemond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgemond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren uitgemond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren uitgemond voltooid, verleden tijd, derde persoon
was uitgemond voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was uitgemond voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was uitgemond voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal uitgemond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uitgemond zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uitgemond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uitmonden bijzin, toekomende tijd
zijn uitgemond actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn uitgemond voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn uitgemond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn uitgemond voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt uitgemond voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou uitgemond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uitgemond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uitgemond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uitmonden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uitmonden uit zou(dt) monden bijzin, voorwaardelijk
zouden uitgemond zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uitgemond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uitgemond zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uitmonden bijzin, voorwaardelijk
zoudt uitgemond zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uitmonden bijzin, voorwaardelijk
zullen uitgemond zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uitgemond zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uitgemond zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uitmonden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uitmonden bijzin, toekomende tijd
zult uitgemond zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uitmonden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uitmonden bijzin, toekomende tijd
zult/zal uitmonden uit zult/zal monden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van uit ww en monden

Woordfamilie van uitmonden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
mond uit gebiedende wijs uitmonden
mondde uit verleden tijd uitmonden
mondden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uitmonden
monde uit woordvorm uitmonden
monden uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uitmonden
mondt uit aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uitmonden
uitgemond voltooid deelwoord uitmonden
uitmond subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitmonden
uitmondde subordinate-clause, verleden tijd uitmonden
uitmondden subordinate-clause, verleden tijd uitmonden
uitmonde with-subordinate-clause uitmonden
uitmondend onvoltooid deelwoord uitmonden
uitmondende woordvorm uitmonden
uitmondt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uitmonden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitmonden zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over uitmonden

Wat is de betekenis van uitmonden?
Uitmonden is een werkwoord. De betekenis is: Het eindigen van een rivier bij de monding van die rivier. In totaal staan er 2 betekenissen.
Hoe vervoeg ik uitmonden?
Zo vervoeg je uitmonden zo: het voltooid deelwoord is uitgemond. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uitmonden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. M 3
  5. O 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uitmonden levert met Wordfeud minimaal 15 en maximaal 63 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. M 3
  5. O 1
  6. N 1
  7. D 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 15 zonder bonus
  11. 63 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (M) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uitmonden in het kort

uitmonden staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven vind je 2 betekenissen, met daarbij de bijbehorende woordsoort. Van uitmonden staan er 46 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort uitmonden bij een woordfamilie van 14 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

uitmonden: Het eindigen van een rivier bij de monding van die rivier.
Deel uitmonden — standaardnederlands.nl