uitkiezen
werkwoordBetekenis
- uit een aantal mogelijkheden één of meer selecteren
Vervoeging van uitkiezen
uitkiezenhele werkwoord — koos uitverleden tijd enkelvoud — kozen uitverleden tijd meervoud — uitgekozenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | kies uit | koos uit |
| jij | kiest uit | koos uit |
| hij, zij, het | kiest uit | koos uit |
| wij | kiezen uit | kozen uit |
| jullie | kiezen uit | kozen uit |
| zij | kiezen uit | kozen uit |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is uitgekozen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was uitgekozen | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd uitgekozen | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt uitgekozen | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal uitgekozen worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal uitgekozen zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou uitgekozen worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou uitgekozen zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had uitgekozen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had uitgekozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had uitgekozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden uitgekozen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden uitgekozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden uitgekozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt uitgekozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgekozen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| kies uit | gebiedende wijs |
| koos uit | verleden tijd |
| te hebben uitgekozen | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen uitkiezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit te kiezen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uit te zullen kiezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uit zal kiezen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zou kiezen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zouden kiezen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zoudt kiezen | bijzin, voorwaardelijk |
| uit zullen kiezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uit zullen kiezen | bijzin, toekomende tijd |
| uit zult kiezen | bijzin, toekomende tijd |
| uitgekozen | verleden tijd, deelwoord |
| uitgekozen te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgekozen te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| uitgekozen te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgekozen te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgekozen te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| uitgekozen worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgekozen zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| uitgekozen zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgekozen zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitgekozen zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| uitkies | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitkiest | bijzin, tegenwoordige tijd |
| uitkiezend | onvoltooid, deelwoord |
| uitkoos | bijzin, verleden tijd |
| uitkozen | bijzin, verleden tijd |
| waart uitgekozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgekozen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren uitgekozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren uitgekozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was uitgekozen | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was uitgekozen | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was uitgekozen | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt uitgekozen | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal uitgekozen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgekozen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal uitgekozen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal uitgekozen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal uitgekozen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal uitkiezen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt uitgekozen | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou uitgekozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgekozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgekozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgekozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou uitgekozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou uitgekozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou uitkiezen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) uitkiezen uit zou(dt) kiezen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden uitgekozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgekozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgekozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitgekozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden uitgekozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden uitgekozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden uitkiezen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt uitgekozen hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitgekozen zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt uitkiezen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen uitgekozen hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgekozen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgekozen hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitgekozen worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitgekozen zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen uitgekozen zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen uitgekozen zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen uitkiezen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen uitkiezen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen uitkiezen | bijzin, toekomende tijd |
| zult uitgekozen hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van uit bw en kiezen ww
Woordfamilie van uitkiezen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| kies uit | gebiedende wijs | uitkiezen |
| kiest uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | uitkiezen |
| kieze uit | woordvorm | uitkiezen |
| kiezen uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | uitkiezen |
| koos uit | verleden tijd | uitkiezen |
| kozen uit | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | uitkiezen |
| uitgekozen | voltooid deelwoord | uitkiezen |
| uitkies | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitkiezen |
| uitkiest | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | uitkiezen |
| uitkieze | with-subordinate-clause | uitkiezen |
| uitkiezend | onvoltooid deelwoord | uitkiezen |
| uitkiezende | woordvorm | uitkiezen |
| uitkoos | subordinate-clause, verleden tijd | uitkiezen |
| uitkozen | subordinate-clause, verleden tijd | uitkiezen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uitkiezen zijn vastgelegd.