Naar de inhoud

uiteenjagen

met gebruik van geweld verspreiden

uiteenjagen

werkwoord

Betekenis

  1. met gebruik van geweld verspreiden

Vervoeging van uiteenjagen

uiteenjagenhele werkwoord — jaagde uiteenverleden tijd enkelvoud — jaagden uiteenverleden tijd meervoud — uiteengejaagdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jaag uiteen jaagde uiteen
jij jaagt uiteen jaagde uiteen
hij, zij, het jaagt uiteen jaagde uiteen
wij jagen uiteen jaagden uiteen
jullie jagen uiteen jaagden uiteen
zij jagen uiteen jaagden uiteen
Alle 77 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
had uiteengejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had uiteengejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had uiteengejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden uiteengejaagd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden uiteengejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden uiteengejaagd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt uiteengejaagd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb uiteengejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uiteengejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben uiteengejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben uiteengejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben uiteengejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt uiteengejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uiteengejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft uiteengejaagd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jaag uiteen gebiedende wijs
jaagde uiteen verleden tijd
joeg uiteen verleden tijd
te hebben uiteengejaagd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uiteenjagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uiteen te jagen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uiteen te zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uiteen zal jagen bijzin, toekomende tijd
uiteen zou jagen bijzin, voorwaardelijk
uiteen zouden jagen bijzin, voorwaardelijk
uiteen zoudt jagen bijzin, voorwaardelijk
uiteen zullen jagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uiteen zullen jagen bijzin, toekomende tijd
uiteen zult jagen bijzin, toekomende tijd
uiteengejaagd verleden tijd, deelwoord
uiteengejaagd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uiteengejaagd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uiteenjaag bijzin, tegenwoordige tijd
uiteenjaagde bijzin, verleden tijd
uiteenjaagden bijzin, verleden tijd
uiteenjaagt bijzin, tegenwoordige tijd
uiteenjagend onvoltooid, deelwoord
uiteenjoeg bijzin, verleden tijd
uiteenjoegen bijzin, verleden tijd
zal uiteengejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal uiteengejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal uiteengejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uiteenjagen bijzin, toekomende tijd
zou uiteengejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou uiteengejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou uiteengejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uiteenjagen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uiteenjagen uiteen zou(dt) jagen bijzin, voorwaardelijk
zouden uiteengejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden uiteengejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden uiteengejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uiteenjagen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uiteengejaagd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uiteenjagen bijzin, voorwaardelijk
zullen uiteengejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen uiteengejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen uiteengejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen uiteenjagen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uiteenjagen bijzin, toekomende tijd
zult uiteengejaagd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult uiteenjagen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uiteenjagen bijzin, toekomende tijd
zult/zal uiteenjagen uiteen zult/zal jagen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van uiteen bw en jagen ww

Woordfamilie van uiteenjagen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
jaag uiteen gebiedende wijs uiteenjagen
jaagde uiteen verleden tijd uiteenjagen
jaagden uiteen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uiteenjagen
jaagt uiteen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uiteenjagen
jage uiteen woordvorm uiteenjagen
jagen uiteen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uiteenjagen
joeg uiteen verleden tijd uiteenjagen
joegen uiteen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uiteenjagen
uiteengejaagd voltooid deelwoord uiteenjagen
uiteenjaag subordinate-clause, tegenwoordige tijd uiteenjagen
uiteenjaagde subordinate-clause, verleden tijd uiteenjagen
uiteenjaagden subordinate-clause, verleden tijd uiteenjagen
uiteenjaagt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uiteenjagen
uiteenjage with-subordinate-clause uiteenjagen
uiteenjagend onvoltooid deelwoord uiteenjagen
uiteenjagende woordvorm uiteenjagen
uiteenjoeg subordinate-clause, verleden tijd uiteenjagen
uiteenjoegen subordinate-clause, verleden tijd uiteenjagen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uiteenjagen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uiteenjagen

Wat betekent uiteenjagen?
Uiteenjagen is een werkwoord. Het woord betekent: met gebruik van geweld verspreiden.
Hoe vervoeg je uiteenjagen?
Je vervoegt uiteenjagen als volgt: het voltooid deelwoord is uiteengejaagd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uiteenjagen is 20 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. J 4
  8. A 1
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 20 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uiteenjagen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. J 4
  8. A 1
  9. G 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uiteenjagen in het kort

uiteenjagen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van uiteenjagen zijn 49 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uiteenjagen bij een woordfamilie van 18 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uiteenjagen: met gebruik van geweld verspreiden
Deel uiteenjagen — standaardnederlands.nl