Naar de inhoud

uiteenlopen

zich in verschillende richting bewegen

uiteenlopen

werkwoord

Betekenis

  1. zich in verschillende richting bewegen
  2. verschillend zijn

Vervoeging van uiteenlopen

uiteenlopenhele werkwoord — liep uiteenverleden tijd enkelvoud — liepen uiteenverleden tijd meervoud — uiteengelopenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik loop uiteen liep uiteen
jij loopt uiteen liep uiteen
hij, zij, het loopt uiteen liep uiteen
wij lopen uiteen liepen uiteen
jullie lopen uiteen liepen uiteen
zij lopen uiteen liepen uiteen
Alle 48 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
hebben uiteengelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
liep uiteen verleden tijd
loop uiteen gebiedende wijs
te hebben/zijn uiteengelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen uiteenlopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uiteen te lopen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
uiteen te zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
uiteen zal lopen bijzin, toekomende tijd
uiteen zou lopen bijzin, voorwaardelijk
uiteen zouden lopen bijzin, voorwaardelijk
uiteen zoudt lopen bijzin, voorwaardelijk
uiteen zullen lopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
uiteen zullen lopen bijzin, toekomende tijd
uiteen zult lopen bijzin, toekomende tijd
uiteengelopen verleden tijd, deelwoord
uiteengelopen te zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
uiteengelopen zullen hebben/zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
uiteenliep bijzin, verleden tijd
uiteenliepen bijzin, verleden tijd
uiteenliept bijzin, verleden tijd
uiteenloop bijzin, tegenwoordige tijd
uiteenloopt bijzin, tegenwoordige tijd
uiteenlopend onvoltooid, deelwoord
zal uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal uiteenlopen bijzin, toekomende tijd
zijn uiteengelopen actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zou uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou uiteenlopen bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) uiteenlopen uiteen zou(dt) lopen bijzin, voorwaardelijk
zouden uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden uiteenlopen bijzin, voorwaardelijk
zoudt uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt uiteenlopen bijzin, voorwaardelijk
zullen uiteenlopen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen uiteenlopen bijzin, toekomende tijd
zult uiteenlopen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult uiteenlopen bijzin, toekomende tijd
zult/zal uiteenlopen uiteen zult/zal lopen bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van uiteen bw en lopen ww

Woordfamilie van uiteenlopen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
liep uiteen verleden tijd uiteenlopen
liepen uiteen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon uiteenlopen
loop uiteen gebiedende wijs uiteenlopen
loopt uiteen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon uiteenlopen
lope uiteen woordvorm uiteenlopen
lopen uiteen aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon uiteenlopen
uiteengelopen voltooid deelwoord uiteenlopen
uiteenliep subordinate-clause, verleden tijd uiteenlopen
uiteenliepen subordinate-clause, verleden tijd uiteenlopen
uiteenloop subordinate-clause, tegenwoordige tijd uiteenlopen
uiteenloopt subordinate-clause, tegenwoordige tijd uiteenlopen
uiteenlope with-subordinate-clause uiteenlopen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van uiteenlopen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over uiteenlopen

Wat betekent uiteenlopen?
Uiteenlopen is een werkwoord. Het woord betekent: zich in verschillende richting bewegen. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je uiteenlopen?
Je vervoegt uiteenlopen als volgt: het voltooid deelwoord is uiteengelopen. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Scrabble punten

Naar spel

Het woord uiteenlopen is 19 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. U 4
  2. I 1
  3. T 2
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. L 3
  8. O 1
  9. P 3
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

uiteenlopen levert met Wordfeud minimaal 19 en maximaal 81 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. U 2
  2. I 2
  3. T 2
  4. E 1
  5. E 1
  6. N 1
  7. L 3
  8. O 1
  9. P 4
  10. E 1
  11. N 1
  12. 19 zonder bonus
  13. 81 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (P) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

uiteenlopen in het kort

uiteenlopen staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van uiteenlopen zijn 36 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort uiteenlopen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

uiteenlopen: zich in verschillende richting bewegen
Deel uiteenlopen — standaardnederlands.nl