tutoyeren
werkwoordBetekenis
- elkaar met jij en jou aanspreken
Vervoeging van tutoyeren
tutoyerenhele werkwoord — tutoyeerdeverleden tijd enkelvoud — tutoyeerdenverleden tijd meervoud — getutoyeerdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tutoyeer | tutoyeerde |
| jij | tutoyeert | tutoyeerde |
| hij, zij, het | tutoyeert | tutoyeerde |
| wij | tutoyeren | tutoyeerden |
| jullie | tutoyeren | tutoyeerden |
| zij | tutoyeren | tutoyeerden |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is getutoyeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was getutoyeerd | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd getutoyeerd | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt getutoyeerd | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal getutoyeerd worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal getutoyeerd zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou getutoyeerd worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou getutoyeerd zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| getutoyeerd | verleden tijd, deelwoord |
| getutoyeerd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getutoyeerd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getutoyeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getutoyeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getutoyeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getutoyeerd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getutoyeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getutoyeerd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getutoyeerd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getutoyeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getutoyeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getutoyeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getutoyeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getutoyeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getutoyeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getutoyeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getutoyeerd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getutoyeerd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tutoyeren | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tutoyeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tutoyeer | gebiedende wijs |
| tutoyeerde | verleden tijd |
| tutoyere | aanvoegende wijs |
| tutoyerend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getutoyeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getutoyeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getutoyeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getutoyeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getutoyeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getutoyeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getutoyeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getutoyeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getutoyeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getutoyeerd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getutoyeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getutoyeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getutoyeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tutoyeren | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getutoyeerd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tutoyeren | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘met ‘je’ aanspreken, jijjouwen’ voor het eerst aangetroffen in 1855
Woordfamilie van tutoyeren
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getutoyeerd | voltooid deelwoord | tutoyeren |
| getutoyeerde | woordvorm | tutoyeren |
| tutoyeer | gebiedende wijs | tutoyeren |
| tutoyeerde | verleden tijd | tutoyeren |
| tutoyeerden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tutoyeren |
| tutoyeert | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tutoyeren |
| tutoyere | aanvoegende wijs | tutoyeren |
| tutoyerend | onvoltooid deelwoord | tutoyeren |
| tutoyerende | woordvorm | tutoyeren |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tutoyeren zijn vastgelegd.