Naar de inhoud

jijen

iemand aanspreken met jij en jou in plaats van met u

jijen

werkwoord

Betekenis

  1. iemand aanspreken met jij en jou in plaats van met u

Vervoeging van jijen

jijenhele werkwoord — jijdeverleden tijd enkelvoud — jijdenverleden tijd meervoud — gejijdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik jij jijde
jij jijt jijde
hij, zij, het jijt jijde
wij jijen jijden
jullie jijen jijden
zij jijen jijden
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. gebiedende wijs
gejijd verleden tijd, deelwoord
gejijd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
gejijd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had gejijd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had gejijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had gejijd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden gejijd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden gejijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden gejijd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt gejijd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb gejijd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejijd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben gejijd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben gejijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben gejijd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt gejijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejijd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft gejijd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
jij gebiedende wijs
jijde verleden tijd
jije aanvoegende wijs
jijend onvoltooid, deelwoord
te hebben gejijd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te jijen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen jijen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
zal gejijd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal gejijd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal gejijd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal jijen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal jijen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal jijen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou gejijd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou gejijd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou gejijd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou jijen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou jijen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou jijen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden gejijd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden gejijd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden gejijd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden jijen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden jijen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden jijen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt gejijd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt jijen aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen gejijd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen gejijd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen gejijd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen jijen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen jijen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen jijen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen jijen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult gejijd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult jijen aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Afgeleid van jij.

Woordfamilie van jijen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
gejijd voltooid deelwoord jijen
jijde verleden tijd jijen
jijden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon jijen
jije aanvoegende wijs jijen
jijend onvoltooid deelwoord jijen
jijende woordvorm jijen
jijt aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon jijen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van jijen zijn vastgelegd.

Verwante woorden

Veelgestelde vragen over jijen

Wat is de betekenis van jijen?
Jijen is een werkwoord. De betekenis is: iemand aanspreken met jij en jou in plaats van met u.
Hoe vervoeg ik jijen?
Zo vervoeg je jijen zo: de tegenwoordige tijd is jij, de verleden tijd is jijde en het voltooid deelwoord is gejijd. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord jijen is 11 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. J 4
  2. I 1
  3. J 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 11 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

jijen levert met Wordfeud minimaal 12 en maximaal 60 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. J 4
  2. I 2
  3. J 4
  4. E 1
  5. N 1
  6. 12 zonder bonus
  7. 60 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

jijen telt 5 letters, waarvan 4 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 6.487 woorden van 5 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

jijen in het kort

jijen staat in dit woordenboek als werkwoord. Van jijen staan er 32 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort jijen bij een woordfamilie van 7 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

jijen: iemand aanspreken met jij en jou in plaats van met u
Deel jijen — standaardnederlands.nl