zwager
zelfstandig naamwoord /ˈzʋa.ɣər/Betekenis
- de echtgenoot van een broer of zus of de broer van een echtgenote
Hoe spreek je zwager uit?
/ˈzwaxər/
Zwager bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| z | zon |
| w | quiz |
| a | maan |
| x | acht |
| ə | de |
| r | rood |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| zwagers | meervoud |
| zwagertje | verkleinwoord, enkelvoud |
| zwagertjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
In de betekenis van ‘schoonbroer’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1220
Woordfamilie van zwager
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| zwagers | meervoud | zwager |
| zwagertje | verkleinwoord | zwager |
| zwagertjes | verkleinwoord meervoud | zwager |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van zwager zijn vastgelegd.