Naar de inhoud

traineren

op de lange baan schuiven

traineren

werkwoord

Betekenis

  1. op de lange baan schuiven

werkwoord

  1. doelbewust vertragen

Vervoeging van traineren

trainerenhele werkwoord — traineerdeverleden tijd enkelvoud — traineerdenverleden tijd meervoud — getraineerdvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik traineer traineerde
jij traineert traineerde
hij, zij, het traineert traineerde
wij traineren traineerden
jullie traineren traineerden
zij traineren traineerden
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
er is getraineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was getraineerd impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd getraineerd impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt getraineerd impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal getraineerd worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal getraineerd zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou getraineerd worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou getraineerd zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
getraineerd verleden tijd, deelwoord
getraineerd te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
getraineerd zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
had getraineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had getraineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had getraineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden getraineerd voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden getraineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden getraineerd voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt getraineerd voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb getraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getraineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben getraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben getraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben getraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt getraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft getraineerd voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben getraineerd actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te traineren actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen traineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
traineer gebiedende wijs
traineerde verleden tijd
trainere aanvoegende wijs
trainerend onvoltooid, deelwoord
zal getraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal getraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal getraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal traineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal traineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal traineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zou getraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou getraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou getraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou traineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou traineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou traineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zouden getraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden getraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden getraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden traineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden traineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden traineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zoudt getraineerd hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt traineren aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zullen getraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen getraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen getraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen traineren actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen traineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen traineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen traineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zult getraineerd hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult traineren aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘op de lange baan schuiven’ voor het eerst aangetroffen in 1574

Woordfamilie van traineren

Woordvorm Relatie Afgeleid van
getraineerd voltooid deelwoord traineren
getraineerde woordvorm traineren
traineer gebiedende wijs traineren
traineerde verleden tijd traineren
traineerden aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon traineren
traineert aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon traineren
trainere aanvoegende wijs traineren
trainerend onvoltooid deelwoord traineren
trainerende woordvorm traineren

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van traineren zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over traineren

Wat betekent traineren?
Traineren is een werkwoord. Het woord betekent: op de lange baan schuiven. Deze pagina beschrijft 2 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je traineren?
Je vervoegt traineren als volgt: de tegenwoordige tijd is traineer, de verleden tijd is traineerde en het voltooid deelwoord is getraineerd. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord traineren is 12 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. R 2
  3. A 1
  4. I 1
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 12 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

traineren levert met Wordfeud minimaal 13 en maximaal 51 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. R 2
  3. A 1
  4. I 2
  5. N 1
  6. E 1
  7. R 2
  8. E 1
  9. N 1
  10. 13 zonder bonus
  11. 51 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

traineren in het kort

traineren staat in dit woordenboek als werkwoord. Hierboven staan 2 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van traineren zijn 40 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort traineren bij een woordfamilie van 9 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

traineren: op de lange baan schuiven
Deel traineren — standaardnederlands.nl