trainerscursus
zelfstandig naamwoordBetekenis
- opleiding tot oefenmeester
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trainerscursusje | verkleinwoord, enkelvoud |
| trainerscursusjes | verkleinwoord, meervoud |
| trainerscursussen | meervoud |
Herkomst
samenstelling van trainer zn en cursus zn met het invoegsel -s-
Woordfamilie van trainerscursus
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trainerscursusje | verkleinwoord | trainerscursus |
| trainerscursusjes | verkleinwoord meervoud | trainerscursus |
| trainerscursussen | meervoud | trainerscursus |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trainerscursus zijn vastgelegd.