trainer-coach
zelfstandig naamwoordBetekenis
- trainer die zijn ploeg ook coacht
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| trainer-coaches | meervoud |
| trainers-coaches | meervoud |
Herkomst
samenstelling van trainer en coach
Woordfamilie van trainer-coach
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| trainer-coaches | meervoud | trainer-coach |
| trainers-coaches | meervoud | trainer-coach |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van trainer-coach zijn vastgelegd.