toosten
werkwoord, zelfstandig naamwoord /ˈtostə(n)/Betekenis
- een heildronk uitbrengen, op iets of iemand drinken
Hoe spreek je toosten uit?
/ˈtostən/
Toosten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| o | boot |
| s | sok |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als toasten.
Vervoeging van toosten
toostenhele werkwoord — toostteverleden tijd enkelvoud — toosttenverleden tijd meervoud — getoostvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | toost | toostte |
| jij | toost | toostte |
| hij, zij, het | toost | toostte |
| wij | toosten | toostten |
| jullie | toosten | toostten |
| zij | toosten | toostten |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| getoost | verleden tijd, deelwoord |
| getoost te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getoost zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getoost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getoost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getoost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getoost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getoost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getoost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getoost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getoost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getoost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getoost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getoost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getoost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getoost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getoost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getoost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getoost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te toosten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toosten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toost | gebiedende wijs |
| tooste | aanvoegende wijs |
| toostend | onvoltooid, deelwoord |
| toostte | verleden tijd |
| zal getoost hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getoost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getoost hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getoost hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getoost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getoost hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getoost hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getoost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getoost hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getoost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getoost hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getoost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getoost hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toosten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getoost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult toosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord toost
Herkomst
afgeleid van toost zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van toosten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getoost | voltooid deelwoord | toosten |
| tooste | aanvoegende wijs | toosten |
| toostend | onvoltooid deelwoord | toosten |
| toostende | woordvorm | toosten |
| toostte | verleden tijd | toosten |
| toostten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toosten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toosten zijn vastgelegd.