proosten
werkwoord ˈprostə(n)Betekenis
- het glas heffen en een gelukwens uitbrengen
Hoe spreek je proosten uit?
/ˈprostən/
Proosten bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| p | pak |
| r | rood |
| o | boot |
| s | sok |
| t | tak |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Klinkt hetzelfde als proostten.
Vervoeging van proosten
proostenhele werkwoord — proostteverleden tijd enkelvoud — proosttenverleden tijd meervoud — geproostvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | proost | proostte |
| jij | proost | proostte |
| hij, zij, het | proost | proostte |
| wij | proosten | proostten |
| jullie | proosten | proostten |
| zij | proosten | proostten |
Alle 63 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| er is geproost | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was geproost | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd geproost | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt geproost | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal geproost worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal geproost zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou geproost worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou geproost zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| geproost | verleden tijd, deelwoord |
| geproost te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| geproost zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had geproost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had geproost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had geproost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden geproost | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden geproost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden geproost | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt geproost | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb geproost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geproost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben geproost | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben geproost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben geproost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt geproost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geproost | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft geproost | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| proost | gebiedende wijs |
| prooste | aanvoegende wijs |
| proostend | onvoltooid, deelwoord |
| proostte | verleden tijd |
| te hebben geproost | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te proosten | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen proosten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| zal geproost hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal geproost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal geproost hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal proosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal proosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal proosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou geproost hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou geproost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou geproost hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou proosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou proosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou proosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden geproost hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden geproost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden geproost hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden proosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden proosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden proosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt geproost hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt proosten | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen geproost hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen geproost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen geproost hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen proosten | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen proosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen proosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen proosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult geproost hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult proosten | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Woordfamilie van proosten
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| geproost | voltooid deelwoord | proosten |
| prooste | aanvoegende wijs | proosten |
| proostend | onvoltooid deelwoord | proosten |
| proostende | woordvorm | proosten |
| proostte | verleden tijd | proosten |
| proostten | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | proosten |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van proosten zijn vastgelegd.