toorts
zelfstandig naamwoordBetekenis
- houten stok die aan de bovenkant in een brandbare stof gedrenkt is, brandend zorgt het voor verlichting
zelfstandig naamwoord — feminine, masculine
- een geslacht Verbascum uit de helmkruidfamilie (Scrophulariaceae). Het geslacht telt circa 250 soorten, die van nature voorkomen in Europa en Azië. Met name in het Middellandse Zeegebied is het geslacht vertegenwoordigd
Verbuiging en vervoeging (zelfstandig naamwoord)
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| toortsen | meervoud |
| toortsje | verkleinwoord, enkelvoud |
| toortsjes | verkleinwoord, meervoud |
Herkomst
Leenwoord uit het Frans, in de betekenis van ‘fakkel’ voor het eerst aangetroffen in het jaar 1376
Woordfamilie van toorts
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| toortsen | meervoud | toorts |
| toortsje | verkleinwoord | toorts |
| toortsjes | verkleinwoord meervoud | toorts |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toorts zijn vastgelegd.