tongen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtɔŋə(n)Betekenis
- tongzoenen
Hoe spreek je tongen uit?
/ˈtɔŋən/
Tongen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| ɔ | bot |
| ŋ | ding |
| ə | de |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van tongen
tongenhele werkwoord — tongdeverleden tijd enkelvoud — tongdenverleden tijd meervoud — getongdvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | tong | tongde |
| jij | tongt | tongde |
| hij, zij, het | tongt | tongde |
| wij | tongen | tongden |
| jullie | tongen | tongden |
| zij | tongen | tongden |
Alle 55 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| ev. | gebiedende wijs |
| getongd | verleden tijd, deelwoord |
| getongd te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| getongd zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| had getongd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had getongd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had getongd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden getongd | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden getongd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden getongd | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt getongd | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb getongd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getongd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben getongd | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben getongd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben getongd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt getongd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getongd | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft getongd | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben getongd | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te tongen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen tongen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| tong | gebiedende wijs |
| tongde | verleden tijd |
| tonge | aanvoegende wijs |
| tongend | onvoltooid, deelwoord |
| zal getongd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal getongd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal getongd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal tongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal tongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal tongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zou getongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou getongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou getongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou tongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou tongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou tongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zouden getongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden getongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden getongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden tongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden tongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden tongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zoudt getongd hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt tongen | aantonende wijs, onvoltooid, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zullen getongd hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen getongd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen getongd hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen tongen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen tongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen tongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen tongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zult getongd hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult tongen | aantonende wijs, onvoltooid, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
zelfstandig naamwoord
- familie Soleidae in de orde van de Platvissen (Pleuronectiformes)
Woordvorm
- meervoud van het zelfstandig naamwoord tong
Herkomst
ww afgeleid van tong zn met het achtervoegsel -en
Woordfamilie van tongen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| getongd | voltooid deelwoord | tongen |
| tongde | verleden tijd | tongen |
| tongden | aantonende wijs, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | tongen |
| tonge | aanvoegende wijs | tongen |
| tongend | onvoltooid deelwoord | tongen |
| tongende | woordvorm | tongen |
| tongt | aantonende wijs, onvoltooid, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | tongen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van tongen zijn vastgelegd.