toespelen
werkwoordBetekenis
- Zorgen dat iemand iets krijgt vaak op een wat slinkse manier
- zinspelen op, een toespeling maken, alluderen
Vervoeging van toespelen
toespelenhele werkwoord — speelde toeverleden tijd enkelvoud — speelden toeverleden tijd meervoud — toegespeeldvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | speel toe | speelde toe |
| jij | speelt toe | speelde toe |
| hij, zij, het | speelt toe | speelde toe |
| wij | spelen toe | speelden toe |
| jullie | spelen toe | speelden toe |
| zij | spelen toe | speelden toe |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| er is toegespeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegespeeld | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegespeeld | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegespeeld | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegespeeld worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegespeeld zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegespeeld worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegespeeld zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegespeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegespeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegespeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegespeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegespeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| speel toe | gebiedende wijs |
| speelde toe | verleden tijd |
| te hebben toegespeeld | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toespelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te spelen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen spelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal spelen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou spelen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden spelen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt spelen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen spelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen spelen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult spelen | bijzin, toekomende tijd |
| toegespeeld | verleden tijd, deelwoord |
| toegespeeld te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegespeeld te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegespeeld te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegespeeld te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegespeeld te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegespeeld worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegespeeld zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegespeeld zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegespeeld zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegespeeld zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toespeel | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toespeelde | bijzin, verleden tijd |
| toespeelden | bijzin, verleden tijd |
| toespeelt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toespelend | onvoltooid, deelwoord |
| waart toegespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegespeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren toegespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegespeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegespeeld | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was toegespeeld | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was toegespeeld | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt toegespeeld | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal toegespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegespeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegespeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toespelen | bijzin, toekomende tijd |
| zijn toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt toegespeeld | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou toegespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toespelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou(dt) toespelen toe zou(dt) spelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toespelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegespeeld hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegespeeld zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toespelen | bijzin, voorwaardelijk |
| zullen toegespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toegespeeld worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegespeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegespeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegespeeld zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toespelen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toespelen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toespelen | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegespeeld hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van toe en spelen
Woordfamilie van toespelen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| speel toe | gebiedende wijs | toespelen |
| speelde toe | verleden tijd | toespelen |
| speelden toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toespelen |
| speelt toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toespelen |
| spele toe | woordvorm | toespelen |
| spelen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toespelen |
| toegespeeld | voltooid deelwoord | toespelen |
| toegespeelde | woordvorm | toespelen |
| toespeel | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toespelen |
| toespeelde | subordinate-clause, verleden tijd | toespelen |
| toespeelden | subordinate-clause, verleden tijd | toespelen |
| toespeelt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toespelen |
| toespele | with-subordinate-clause | toespelen |
| toespelend | onvoltooid deelwoord | toespelen |
| toespelende | woordvorm | toespelen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toespelen zijn vastgelegd.