Naar de inhoud

toesnijden

in een bepaalde vorm snijden

toesnijden

werkwoord

Betekenis

  1. in een bepaalde vorm snijden

Vervoeging van toesnijden

toesnijdenhele werkwoord — sneed toeverleden tijd enkelvoud — sneden toeverleden tijd meervoud — toegesnedenvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik snij toe sneed toe
jij snijdt toe sneed toe
hij, zij, het snijdt toe sneed toe
wij snijden toe sneden toe
jullie snijden toe sneden toe
zij snijden toe sneden toe
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ev. snij toe/ snijd toe gebiedende wijs
had toegesneden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegesneden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegesneden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegesneden voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegesneden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegesneden voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegesneden voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegesneden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegesneden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegesneden voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegesneden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegesneden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegesneden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegesneden voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegesneden voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
sneed toe verleden tijd
te hebben toegesneden actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toesnijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te snijden actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen snijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal snijden bijzin, toekomende tijd
toe zou snijden bijzin, voorwaardelijk
toe zouden snijden bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt snijden bijzin, voorwaardelijk
toe zullen snijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen snijden bijzin, toekomende tijd
toe zult snijden bijzin, toekomende tijd
toegesneden verleden tijd, deelwoord
toegesneden te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegesneden zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toesneden bijzin, verleden tijd
toesneed bijzin, verleden tijd
toesnij bijzin, tegenwoordige tijd
toesnijd bijzin, tegenwoordige tijd
toesnijdend onvoltooid, deelwoord
toesnijdt bijzin, tegenwoordige tijd
zal toegesneden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegesneden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegesneden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toesnijden bijzin, toekomende tijd
zou toegesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toesnijden bijzin, voorwaardelijk
zou(dt) toesnijden toe zou(dt) snijden bijzin, voorwaardelijk
zouden toegesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toesnijden bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegesneden hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toesnijden bijzin, voorwaardelijk
zullen toegesneden hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegesneden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegesneden hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toesnijden actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toesnijden bijzin, toekomende tijd
zult toegesneden hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult toesnijden aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult toesnijden bijzin, toekomende tijd
zult/zal toesnijden toe zult/zal snijden bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van toe en snijden

Woordfamilie van toesnijden

Woordvorm Relatie Afgeleid van
sneden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toesnijden
sneed toe verleden tijd toesnijden
snij toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon toesnijden
snijd toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 1e persoon toesnijden
snijde toe woordvorm toesnijden
snijden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toesnijden
snijdt toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toesnijden
toegesneden voltooid deelwoord toesnijden
toesneden subordinate-clause, verleden tijd toesnijden
toesneed subordinate-clause, verleden tijd toesnijden
toesnij subordinate-clause, tegenwoordige tijd toesnijden
toesnijd subordinate-clause, tegenwoordige tijd toesnijden
toesnijde with-subordinate-clause toesnijden
toesnijdend onvoltooid deelwoord toesnijden
toesnijdende woordvorm toesnijden
toesnijdt subordinate-clause, tegenwoordige tijd toesnijden

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toesnijden zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toesnijden

Wat is de betekenis van toesnijden?
Toesnijden is een werkwoord. De betekenis is: in een bepaalde vorm snijden.
Hoe vervoeg ik toesnijden?
Zo vervoeg je toesnijden zo: het voltooid deelwoord is toegesneden. Alle vormen staan in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toesnijden is 16 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. N 1
  6. I 1
  7. J 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 16 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toesnijden levert met Wordfeud minimaal 17 en maximaal 75 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. S 2
  5. N 1
  6. I 2
  7. J 4
  8. D 2
  9. E 1
  10. N 1
  11. 17 zonder bonus
  12. 75 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (J) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus.

toesnijden in het kort

toesnijden staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toesnijden staan er 47 woordvormen vastgelegd; de tabel op deze pagina laat ze zien. Daarnaast hoort toesnijden bij een woordfamilie van 16 verwante woorden, bepaald aan de hand van vastgelegde woordvormrelaties.

toesnijden: in een bepaalde vorm snijden
Deel toesnijden — standaardnederlands.nl