Naar de inhoud

toegaan

sluiten, dichtgaan

toegaan

werkwoord ˈtuɣan

Betekenis

  1. sluiten, dichtgaan

Hoe spreek je toegaan uit?

/ˈtuxan/

Toegaan bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtuxan/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
u boek
x acht
a maan
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van toegaan

toegaanhele werkwoord — ging toeverleden tijd enkelvoud — gingen toeverleden tijd meervoud — toegegaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik ga toe ging toe
jij gaat toe ging toe
hij, zij, het gaat toe ging toe
wij gaan toe gingen toe
jullie gaan toe gingen toe
zij gaan toe gingen toe
Alle 75 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
ben toegegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
ev. gebiedende wijs
ga toe gebiedende wijs
ging toe verleden tijd
is toegegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te zijn toegegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toegaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te gaan actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal gaan bijzin, toekomende tijd
toe zou gaan bijzin, voorwaardelijk
toe zouden gaan bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt gaan bijzin, voorwaardelijk
toe zullen gaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen gaan bijzin, toekomende tijd
toe zult gaan bijzin, toekomende tijd
toega bijzin, tegenwoordige tijd
toegaand onvoltooid, deelwoord
toegaat bijzin, tegenwoordige tijd
toegegaan verleden tijd, deelwoord
toegegaan te zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegegaan zullen zijn actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toeging bijzin, verleden tijd
toegingen bijzin, verleden tijd
waart toegegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegegaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegegaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegegaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
zal toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toegaan bijzin, toekomende tijd
zal toegegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn toegegaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
zijn toegegaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegegaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegegaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toegaan bijzin, voorwaardelijk
zou toegegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) toegaan toe zou(dt) gaan bijzin, voorwaardelijk
zouden toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toegaan bijzin, voorwaardelijk
zouden toegegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toegaan bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegegaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen toegaan actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toegaan bijzin, toekomende tijd
zullen toegegaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegegaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult toegaan aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zult toegaan bijzin, toekomende tijd
zult toegegaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zult/zal toegaan toe zult/zal gaan bijzin, toekomende tijd

Herkomst

samenstelling van toe en gaan

Woordfamilie van toegaan

Woordvorm Relatie Afgeleid van
ga toe gebiedende wijs toegaan
gaan toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toegaan
gaat toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toegaan
ging toe verleden tijd toegaan
gingen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toegaan
toega subordinate-clause, tegenwoordige tijd toegaan
toegaand onvoltooid deelwoord toegaan
toegaande woordvorm toegaan
toegaat subordinate-clause, tegenwoordige tijd toegaan
toegegaan voltooid deelwoord toegaan
toeging subordinate-clause, verleden tijd toegaan
toegingen subordinate-clause, verleden tijd toegaan

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toegaan zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toegaan

Hoe spreek je toegaan uit?
De uitspraak van toegaan is: /ˈtuɣan/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent toegaan?
Toegaan is een werkwoord. Het woord betekent: sluiten, dichtgaan.
Hoe vervoeg je toegaan?
Je vervoegt toegaan als volgt: het voltooid deelwoord is toegegaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toegaan is 10 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 10 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toegaan levert met Wordfeud minimaal 10 en maximaal 88 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. G 3
  5. A 1
  6. A 1
  7. N 1
  8. 10 zonder bonus
  9. 88 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (G) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

toegaan telt 7 letters, waarvan 6 verschillende, want één letter komt er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

toegaan in het kort

toegaan staat in dit woordenboek als werkwoord. Van toegaan zijn 46 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toegaan bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toegaan: sluiten, dichtgaan
Deel toegaan — standaardnederlands.nl