Naar de inhoud

toedoen

dichtdoen, sluiten

toedoen is meer dan één woord

toedoen

werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtudun

Betekenis

  1. dichtdoen, sluiten
  2. handelingen, acties
  3. door ~ van: door de schuld van, veroorzaakt door

Hoe spreek je toedoen uit?

/ˈtudun/

Toedoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.

De tekens in /ˈtudun/ en een woord waarin dezelfde klank staat.
Teken Klinkt als in
t tak
u boek
d dak
n nek
ˈ de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint

Vervoeging van toedoen

toedoenhele werkwoord — deed toeverleden tijd enkelvoud — deden toeverleden tijd meervoud — toegedaanvoltooid deelwoord

Persoon Tegenwoordige tijd Verleden tijd
ik doe toe deed toe
jij doet toe deed toe
hij, zij, het doet toe deed toe
wij doen toe deden toe
jullie doen toe deden toe
zij doen toe deden toe
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
Vorm Grammaticale informatie
- impersonal, passief
ben toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
bent toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
deed toe verleden tijd
doe toe gebiedende wijs
er is toegedaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid
er was toegedaan impersonal, passief, verleden tijd, voltooid
er werd toegedaan impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid
er wordt toegedaan impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid
er zal toegedaan worden impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid
er zal toegedaan zijn impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid
er zou toegedaan worden impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid
er zou toegedaan zijn impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid
ev. gebiedende wijs
had toegedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
had toegedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
had toegedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadden toegedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
hadden toegedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
hadden toegedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
hadt toegedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
heb toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
hebben toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
hebben toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
hebben toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
hebt toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
heeft toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
is toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
is toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
te hebben toegedaan actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
te zullen toedoen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe te doen actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toe te zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toe zal doen bijzin, toekomende tijd
toe zou doen bijzin, voorwaardelijk
toe zouden doen bijzin, voorwaardelijk
toe zoudt doen bijzin, voorwaardelijk
toe zullen doen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toe zullen doen bijzin, toekomende tijd
toe zult doen bijzin, toekomende tijd
toededen bijzin, verleden tijd
toedeed bijzin, verleden tijd
toedoe bijzin, tegenwoordige tijd
toedoend onvoltooid, deelwoord
toedoet bijzin, tegenwoordige tijd
toegedaan verleden tijd, deelwoord
toegedaan te worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegedaan te zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm
toegedaan te zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegedaan te zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegedaan te zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm
toegedaan worden infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegedaan zijn infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm
toegedaan zullen hebben actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegedaan zullen worden infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
toegedaan zullen zijn infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm
waart toegedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
waren toegedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
waren toegedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
was toegedaan voltooid, verleden tijd, eerste persoon
was toegedaan voltooid, verleden tijd, tweede persoon
was toegedaan voltooid, verleden tijd, derde persoon
werd toegedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon
werd toegedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon
werd toegedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
werden toegedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon
werden toegedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon
werden toegedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon
werdt toegedaan enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon
word toegedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
worden toegedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon
worden toegedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon
worden toegedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
wordt toegedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon
wordt toegedaan enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zal toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon
zal toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon
zal toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon
zal toedoen bijzin, toekomende tijd
zal toegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zal toegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zal toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zal toegedaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zal toegedaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zijn toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon
zijn toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zijn toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon
zijt toegedaan voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon
zou toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon
zou toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zou toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon
zou toedoen bijzin, voorwaardelijk
zou toegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zou toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zou toegedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zou toegedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zou(dt) toedoen toe zou(dt) doen bijzin, voorwaardelijk
zouden toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon
zouden toedoen bijzin, voorwaardelijk
zouden toegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon
zouden toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon
zouden toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zouden toegedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon
zouden toegedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zouden toegedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, derde persoon
zoudt toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon
zoudt toedoen bijzin, voorwaardelijk
zoudt toegedaan hebben voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zoudt toegedaan zijn voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon
zullen toedoen actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm
zullen toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon
zullen toedoen bijzin, toekomende tijd
zullen toegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegedaan hebben voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon
zullen toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon
zullen toegedaan worden enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon
zullen toegedaan zijn voltooid, toekomende tijd, eerste persoon
zullen toegedaan zijn voltooid, toekomende tijd, tweede persoon
zullen toegedaan zijn voltooid, toekomende tijd, derde persoon
zult toedoen aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon

Herkomst

samenstelling van toe bw en doen ww

Woordfamilie van toedoen

Woordvorm Relatie Afgeleid van
deden toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon toedoen
deed toe verleden tijd toedoen
doe toe gebiedende wijs toedoen
doen toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon toedoen
doet toe aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon toedoen
toededen subordinate-clause, verleden tijd toedoen
toedeed subordinate-clause, verleden tijd toedoen
toedoe subordinate-clause, tegenwoordige tijd toedoen
toedoend onvoltooid deelwoord toedoen
toedoende woordvorm toedoen
toedoet subordinate-clause, tegenwoordige tijd toedoen
toegedaan voltooid deelwoord toedoen

Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toedoen zijn vastgelegd.

Veelgestelde vragen over toedoen

Hoe spreek je toedoen uit?
De uitspraak van toedoen is: /ˈtudun/. Dit is het internationaal fonetisch alfabet, waarmee elke klank apart wordt genoteerd. Het teken ˈ geeft de klemtoon aan: de nadruk valt op de eerste lettergreep.
Wat betekent toedoen?
Toedoen is een werkwoord. Het woord betekent: dichtdoen, sluiten. Deze pagina beschrijft 3 betekenissen op deze pagina.
Hoe vervoeg je toedoen?
Je vervoegt toedoen als volgt: het voltooid deelwoord is toegedaan. De volledige vervoeging staat in de tabel op deze pagina.

Spellen

Scrabble punten

Naar spel

Het woord toedoen is 9 punten waard met Scrabble, zonder bonusvakjes meegerekend.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 9 totaal

Wordfeud punten

Naar spel

toedoen levert met Wordfeud minimaal 9 en maximaal 79 punten op. Wat het precies wordt, hangt af van de bonusvakjes waarop het woord komt te liggen.

  1. T 2
  2. O 1
  3. E 1
  4. D 2
  5. O 1
  6. E 1
  7. N 1
  8. 9 zonder bonus
  9. 79 met bonus

Het minimum is de som van de stenen, zonder bonusvakje. Het maximum telt de duurste letter (T) op een drieletterbonus mee en het hele woord op een driewoordbonus, plus 40 punten omdat alle zeven stenen van het rek gebruikt worden.

toedoen telt 7 letters, waarvan 5 verschillende, want 2 letters komen er dubbel in voor. Hoe meer verschillende letters een gok heeft, hoe meer woorden hij wegstreept.

Dit woordenboek kent 21.717 woorden van 7 letters. Dat is het speelveld waar een Woordle van deze lengte uit put.

Met de Woordle helper vul je de kleuren van je pogingen in en zie je welke woorden nog passen.

toedoen in het kort

toedoen is zowel werkwoord als zelfstandig naamwoord. Welke van de twee het is, hangt af van de zin. Hierboven staan 3 omschrijvingen, elk met de woordsoort waar hij bij hoort. Van toedoen zijn 88 vormen vastgelegd; die staan in de tabel op deze pagina. Verder hoort toedoen bij een woordfamilie van 12 woorden, gebaseerd op vastgelegde woordvormrelaties.

toedoen: dichtdoen, sluiten
Deel toedoen — standaardnederlands.nl