toedoen
werkwoord, zelfstandig naamwoord ˈtudunBetekenis
- dichtdoen, sluiten
- handelingen, acties
- door ~ van: door de schuld van, veroorzaakt door
Hoe spreek je toedoen uit?
/ˈtudun/
Toedoen bestaat uit twee lettergrepen. De klemtoon ligt op de eerste.
| Teken | Klinkt als in |
|---|---|
| t | tak |
| u | boek |
| d | dak |
| n | nek |
| ˈ | de klemtoon ligt op de lettergreep die hierna begint |
Vervoeging van toedoen
toedoenhele werkwoord — deed toeverleden tijd enkelvoud — deden toeverleden tijd meervoud — toegedaanvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | doe toe | deed toe |
| jij | doet toe | deed toe |
| hij, zij, het | doet toe | deed toe |
| wij | doen toe | deden toe |
| jullie | doen toe | deden toe |
| zij | doen toe | deden toe |
Alle 145 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| - | impersonal, passief |
| ben toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| bent toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| deed toe | verleden tijd |
| doe toe | gebiedende wijs |
| er is toegedaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, voltooid |
| er was toegedaan | impersonal, passief, verleden tijd, voltooid |
| er werd toegedaan | impersonal, passief, verleden tijd, onvoltooid |
| er wordt toegedaan | impersonal, passief, tegenwoordige tijd, onvoltooid |
| er zal toegedaan worden | impersonal, passief, toekomende tijd, onvoltooid |
| er zal toegedaan zijn | impersonal, passief, toekomende tijd, voltooid |
| er zou toegedaan worden | impersonal, passief, voorwaardelijk, onvoltooid |
| er zou toegedaan zijn | impersonal, passief, voorwaardelijk, voltooid |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegedaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegedaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegedaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegedaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegedaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| is toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| is toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben toegedaan | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toedoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te doen | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen doen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal doen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou doen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden doen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt doen | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen doen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen doen | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult doen | bijzin, toekomende tijd |
| toededen | bijzin, verleden tijd |
| toedeed | bijzin, verleden tijd |
| toedoe | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toedoend | onvoltooid, deelwoord |
| toedoet | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toegedaan | verleden tijd, deelwoord |
| toegedaan te worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegedaan te zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toegedaan te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegedaan te zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegedaan te zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegedaan worden | infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegedaan zijn | infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| toegedaan zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegedaan zullen worden | infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toegedaan zullen zijn | infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| waart toegedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegedaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| waren toegedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| waren toegedaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| was toegedaan | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| was toegedaan | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| was toegedaan | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werd toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| werd toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, derde persoon |
| werd toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| werden toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, eerste persoon |
| werden toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, meervoud, tweede persoon |
| werden toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, derde persoon |
| werdt toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| word toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| worden toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, eerste persoon |
| worden toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, tweede persoon |
| worden toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| wordt toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, meervoud, derde persoon |
| wordt toegedaan | enkelvoud, onvoltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zal toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toedoen | bijzin, toekomende tijd |
| zal toegedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zal toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zal toegedaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegedaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zijn toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| zijn toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zijn toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| zijt toegedaan | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| zou toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toedoen | bijzin, voorwaardelijk |
| zou toegedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zou toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) toedoen toe zou(dt) doen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toedoen | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zouden toegedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toedoen | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegedaan hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zoudt toegedaan zijn | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen toedoen | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toedoen | bijzin, toekomende tijd |
| zullen toegedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegedaan hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toegedaan worden | enkelvoud, onvoltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zullen toegedaan zijn | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegedaan zijn | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegedaan zijn | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult toedoen | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
Herkomst
samenstelling van toe bw en doen ww
Woordfamilie van toedoen
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| deden toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toedoen |
| deed toe | verleden tijd | toedoen |
| doe toe | gebiedende wijs | toedoen |
| doen toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toedoen |
| doet toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toedoen |
| toededen | subordinate-clause, verleden tijd | toedoen |
| toedeed | subordinate-clause, verleden tijd | toedoen |
| toedoe | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toedoen |
| toedoend | onvoltooid deelwoord | toedoen |
| toedoende | woordvorm | toedoen |
| toedoet | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toedoen |
| toegedaan | voltooid deelwoord | toedoen |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toedoen zijn vastgelegd.