toebinden
werkwoordBetekenis
- vastbinden
Vervoeging van toebinden
toebindenhele werkwoord — bond toeverleden tijd enkelvoud — bonden toeverleden tijd meervoud — toegebondenvoltooid deelwoord
| Persoon | Tegenwoordige tijd | Verleden tijd |
|---|---|---|
| ik | bind toe | bond toe |
| jij | bindt toe | bond toe |
| hij, zij, het | bindt toe | bond toe |
| wij | binden toe | bonden toe |
| jullie | binden toe | bonden toe |
| zij | binden toe | bonden toe |
Alle 74 overige vormen: lijdende vorm, toekomende tijd en infinitiefconstructies
| Vorm | Grammaticale informatie |
|---|---|
| bind toe | gebiedende wijs |
| bond toe | verleden tijd |
| ev. | gebiedende wijs |
| had toegebonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| had toegebonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| had toegebonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadden toegebonden | voltooid, verleden tijd, eerste persoon |
| hadden toegebonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| hadden toegebonden | voltooid, verleden tijd, derde persoon |
| hadt toegebonden | voltooid, verleden tijd, tweede persoon |
| heb toegebonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegebonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, korte vorm |
| hebben toegebonden | voltooid, tegenwoordige tijd, eerste persoon |
| hebben toegebonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| hebben toegebonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| hebt toegebonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegebonden | voltooid, tegenwoordige tijd, tweede persoon |
| heeft toegebonden | voltooid, tegenwoordige tijd, derde persoon |
| te hebben toegebonden | actief, infinitief, voltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| te zullen toebinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe te binden | actief, infinitief, onvoltooid, tegenwoordige tijd, lange vorm |
| toe te zullen binden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toe zal binden | bijzin, toekomende tijd |
| toe zou binden | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zouden binden | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zoudt binden | bijzin, voorwaardelijk |
| toe zullen binden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| toe zullen binden | bijzin, toekomende tijd |
| toe zult binden | bijzin, toekomende tijd |
| toebind | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toebindend | onvoltooid, deelwoord |
| toebindt | bijzin, tegenwoordige tijd |
| toebond | bijzin, verleden tijd |
| toebonden | bijzin, verleden tijd |
| toegebonden | verleden tijd, deelwoord |
| toegebonden te zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, lange vorm |
| toegebonden zullen hebben | actief, infinitief, voltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zal toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, eerste persoon |
| zal toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zal toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, derde persoon |
| zal toebinden | bijzin, toekomende tijd |
| zal toegebonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zal toegebonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zal toegebonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zou toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, eerste persoon |
| zou toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zou toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, derde persoon |
| zou toebinden | bijzin, voorwaardelijk |
| zou toegebonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zou toegebonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zou toegebonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zou(dt) toebinden toe zou(dt) binden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, eerste persoon |
| zouden toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, tweede persoon |
| zouden toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, meervoud, derde persoon |
| zouden toebinden | bijzin, voorwaardelijk |
| zouden toegebonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, eerste persoon |
| zouden toegebonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zouden toegebonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, derde persoon |
| zoudt toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, voorwaardelijk, enkelvoud, tweede persoon |
| zoudt toebinden | bijzin, voorwaardelijk |
| zoudt toegebonden hebben | voltooid, voorwaardelijk, tweede persoon |
| zullen toebinden | actief, infinitief, onvoltooid, toekomende tijd, korte vorm |
| zullen toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, eerste persoon |
| zullen toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, tweede persoon |
| zullen toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, meervoud, derde persoon |
| zullen toebinden | bijzin, toekomende tijd |
| zullen toegebonden hebben | voltooid, toekomende tijd, eerste persoon |
| zullen toegebonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zullen toegebonden hebben | voltooid, toekomende tijd, derde persoon |
| zult toebinden | aantonende wijs, onvoltooid, hoofdzin, toekomende tijd, enkelvoud, tweede persoon |
| zult toebinden | bijzin, toekomende tijd |
| zult toegebonden hebben | voltooid, toekomende tijd, tweede persoon |
| zult/zal toebinden toe zult/zal binden | bijzin, toekomende tijd |
Herkomst
samenstelling van toe en binden
Woordfamilie van toebinden
| Woordvorm | Relatie | Afgeleid van |
|---|---|---|
| bind toe | gebiedende wijs | toebinden |
| binde toe | woordvorm | toebinden |
| binden toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, meervoud, 1e persoon | toebinden |
| bindt toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, tegenwoordige tijd, enkelvoud, 2e persoon | toebinden |
| bond toe | verleden tijd | toebinden |
| bonden toe | aantonende wijs, onvoltooid, main-clause, verleden tijd, meervoud, 1e persoon | toebinden |
| toebind | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toebinden |
| toebinde | with-subordinate-clause | toebinden |
| toebindend | onvoltooid deelwoord | toebinden |
| toebindende | woordvorm | toebinden |
| toebindt | subordinate-clause, tegenwoordige tijd | toebinden |
| toebond | subordinate-clause, verleden tijd | toebinden |
| toebonden | subordinate-clause, verleden tijd | toebinden |
| toegebonden | voltooid deelwoord | toebinden |
Deze woordfamilie bestaat uitsluitend uit vormen die expliciet als vorm van toebinden zijn vastgelegd.